Nieuws Curaçao

‘Balkenende norm’ op Curaçao is 263.000 gulden

Topfunctionarissen van instellingen die een band hebben met de Curaçaose overheid, de zogenaamde overheidsgelieerde entiteiten, mogen op jaarbasis maximaal 263.000 gulden verdienen.

Dat staat in de nieuwe Landsverordening eerste tranche optimalisering overheid gelieerde entiteiten. Vandaag is die wet door de Curaçaose ministerraad geaccordeerd. De Staten moeten zich er nog over buigen.

Het maximum geldt voor een voltijdse betrekking, werkt iemand minder uren, dan wordt dat naar ratio verdisconteerd.

Na de beëindiging van een dienstbetrekking kan bovendien een bedrag van maximaal 88.000 gulden worden toegekend als ‘gouden handdruk’. De grens van 263 duizend gulden is absoluut, ongeacht de hoeveelheid functies die een betrokken topfunctionaris vervuld.

Met deze nieuwe norm wordt concreet een plafond gesteld aan het inkomen van een topfunctionaris door middel van een maximumsalaris van 130
procent van de aangepaste totale bezoldiging van de minister-president, dus inclusief een inkorting van 25 procent, zoals door Nederland is geëist in ruil voor liquiditeitssteun.

Bovengenoemde bedragen zijn gekoppeld aan de salarissen van ministers. Veranderen die, dan worden de maximum salarissen aangepast.

Mocht een topfunctionaris nu al meer verdienen dan het maximum, dan wordt de inkorting toegepast binnen een periode van twee jaar in drie gelijke delen.

12,5 procent

Als de wet wordt aangenomen, wordt ook het inkomen van het personeel van overheidsgelieerde entiteiten tijdelijk ingekort met 12,5 procent per jaar. Deze inkorting geldt niet voor werknemers die minder verdienen dan 125 procent van het minimumloon of indien de inkorting zou leiden tot een salaris van minder dan 125% van het in dat jaar geldende minimumloon.

Dat betekent dat voor dit jaar de inkorting niet kan leiden tot een salaris dat lager is dan 2.082,73 gulden per maand bij werknemers ouder dan 21 jaar met een voltijdsdienstbetrekking van 40 uur per week.

Salarisverhoging

Een salarisverhoging zonder dat er sprake is van een functiewijziging blijft op basis van deze landsverordening vanaf het jaar 2022 achterwege.

Conform de wet zal de inkorting van 12,5 procent en ook de verhogingsstop uiterlijk op 30 juni 2023 komen te vervallen.

Binnen twee jaar na inwerkingtreding van deze wet dienen de ministers een verslag uit te brengen aan de Staten over de doeltreffendheid en de effecten van deze landsverordening in de praktijk.


Deel dit artikel