Nieuws Curaçao

Centrale Bank krijgt brevet van onvermogen, maar wat gebeurt er met de vuile was?

Nederland grijpt onder de vlag van Corona ongekend stevig in op de eilanden. Het accent wordt gelegd – en door de media braaf gekopieerd – op de maatregelen om salarissen en arbeidsvoorwaarden van ambtsdragers af te toppen en te maximaliseren. Hoewel de stap hard nodig is en er ook de kern van corruptie in de publieke sector door wordt aangeraakt – en hopelijk ook eens aangepakt -, de economie gaan we er niet mee redden. Maar waarom is de ingreep door Nederland dan wel belangrijk, ook al levert Curaçao er een groot deel van zijn autonomie ervoor in? Het staat ook in de brief van Staatssecretaris Knops, maar behoeft meer duiding om de waarde ervan in te schatten: de aanpak van de Financiële Sector en de gokwereld. Gaat er dan eindelijk wat gebeuren?

Opinie | door Dick Drayer

Het is een opvallende ingreep, die tussen de regels schokkender is dan ze op het eerste gezicht lijkt. Nederland heeft na de ingreep op Sint-Eustatius geleerd dat je kunt ingrijpen zonder dat zo te benoemen. Op Saba na, hebben alle eilanden te maken gekregen met een of andere manier van ingrijpen die niet was gebaseerd op de Waarborgfunctie van het Statuut. 

Wat 10-10-’10 heeft veranderd en voortkomt uit de teleurstelling van Nederland over een schone lei die rap bevuild werd, is dat Den Haag voorwaarden is gaan stellen aan financiële steun. Voorwaarden die de autonomie van de landen sterk aantasten en die de discussie over koninkrijksverbanden gaat aanzwengelen, zo die door Corona en de afhankelijkheidspositie van de eilanden al niet eerder zijn aangezwengeld.

Peanuts

Het is een mooi gebaar van gezagsdragers, voor volk en vaderland: iedereen moet het kruis in deze coronatijd dragen, ook zij die het kruis altijd op andermans schouder leggen. Het verkoopt in deze coronatijd en het is alleen daarom al niet te begrijpen dat politiek en bestuur er niet eerder mee kwamen. Toegegeven, ze kwamen er wel eerder mee, maar dat was voor de bühne, die zo mooi voor de onderste bureaulade staat.

Maar deze bühne-maatregelen zijn peanuts vergeleken bij de echte ingreep die voor het weekend plaatsvond en als paragraaf ‘verborgen’ lag in de brief van Raymond Knops: de aanpak van de financiële wereld van Curaçao. Want die is op zijn zachts gezegd, opmerkelijk.

Financiële sector

Curaçao en de Centrale Bank van Curaçao en Sint -Maarten worden verplicht De Nederlandse Bank (DNB) inzicht te verschaffen in de situatie in de financiële sector in de breedste zin van het woord. Ook die onderdelen waar potentiële verliezen worden geleden en waar deze effect hebben. 

Het betreft ten minste het inzicht in de huidige kapitaals- en liquiditeitspositie van de belangrijkste financiële instellingen (banken, verzekeraars, pensioenfondsen) en de prognoses voor de komende zes maanden.

De Nederlandse Bank moet een analyse van de voornaamste risico’s voor deze instellingen op de korte en middellange termijn krijgen. Daarnaast krijgt DNB gedetailleerde (financiële) informatie over de voorgenomen oplossingen voor de aanpak van probleeminstellingen onder de veronderstelling dat de kosten die voortkomen uit de afwikkeling van deze problemen worden opgevangen binnen de meerjarige begrotingen van Curaçao zelf. 

Het gaat hier om inzicht in de plannen voor Girobank, PSB Bank, Ennia en de gevolgen voor pensioenfonds APC en de overheidsfinanciën. Om de laatste reden wordt het College financieel toezicht hierbij betrokken.

Raad van Bestuur

Het bestuur van de Centrale Bank moet weer uit drie bestuurders bestaan, die aan de hoogste ‘fit & proper’-standaarden en standaarden van onafhankelijkheid zijn onderworpen. Benoeming geschiedt in afstemming met De Nederlandse Bank. Daarbij gaat het om op korte termijn een voorzitter te benoemen die voldoet aan eisen van geschiktheid en betrouwbaarheid. In opdracht van die voorzitter moet er een assessment van de voltallige raad van bestuur komen (individuele leden en als collectief) ten aanzien van hun geschiktheid en betrouwbaarheid. 

Deze voorwaarden dienen vóór 1 juli dit jaar voldaan te zijn. De Nederlandse Bank zal de Rijksministerraad informeren over de wijze waarop Curaçao en CBCS hier invulling aan hebben gegeven.

Brevet van onvermogen

De Raad van Bestuur en dus zeker ook de Raad van Commissarissen van de Centrale Bank krijgen in de brief van Raymond Knops impliciet een brevet van onvermogen in handen. Een ieder die de perikelen rond de Centrale Bank volgt, kan niet anders dan onderkennen dat het hoogste monetaire en economische instituut van het land Curaçao en Sint-Maarten zoveel jaren achter elkaar heeft zitten prutsen. 

Overigens draagt ook Nederland daar schuld aan. Toen de Antillen werden opgeheven heeft Nederland Sint-Maarten en Curaçao de CBCS opgedrongen. Geen van de eilanden wilde eraan. Vervolgens is er geen schoon schip gemaakt door de oude directie te vervangen. Bankpresident Emsley Tromp mocht doorgaan en wie hem wilde aanpakken, heeft dat geweten. Sterker: de poppetjes om hem heen hielden zich stil en werden zo medeschuldig. Poppetjes die er nu nog zitten. De opvolging van Emsley Tromp en twee voormalige ministers van Financiën wisten overigens ook geen orde te scheppen binnen CBCS; er kwamen zelfs weer interne strubbelingen bij.

De poppetjes gaan zich de komende week beroepen op het Centrale Bank-statuut en -onder andere- op de Landsverordening toezicht Bank- en Kredietwezen. Daarin zijn onder meer de autonomie van de Centrale Bank en haar geheimhouding wordt geregeld. Tevergeefs naar ik vrees, want de geheimhouding is niet absoluut, zoals uit de Landsverordening duidelijk blijkt. 

Curatele

Hoewel mij uit de brief van staatssecretaris Raymond Knops niet direct blijkt wat de moverende beweegredenen van Nederland zijn van het nieuwe toezicht, laat het zich wel raden. De Centrale Bank blinkt niet uit in doortastend optreden. Het zet verzekeraars en banken voor jaren (!) onder curatele en dan moet je nog maar afwachten of die niet omvallen. Schandaaltjes met RvB- en RvC-leden zijn niet van de lucht, tenminste als die raden gevuld zijn met mensen. Nota bene!

De disfunctionele monetaire unie is overigens nooit onderwerp van gesprek. Daar durft Nederland, als architect, kennelijk niet aan. Terwijl dat nu onontkoombaar lijkt. We zullen zien of dat nu ook actief wordt blootgelegd en opgelost.

Goksector en witwassen

De Centrale Bank heeft weliswaar een mandaat om de geldstromen op Curaçao vast te leggen, maar voert dat mandaat ten behoeve van de strijd tegen witwassen niet uit. De rol van politieman is nooit serieus opgepakt. De verantwoordelijke man bij de Centrale Bank vroeg nimmer bij de brievenbusfirma’s de geldstromen ten behoeve van macro-economische statistieken op, zodat de geldstromen van de goksector underground kunnen blijven. De nominale waardes van de trustsector zijn bij de Centrale Bank nog steeds niet in kaart gebracht. Het toezicht op die (zwarte?) geldstromen is altijd een papierentijger geweest.

Sterker nog: Op 8 mei – tijdens de Coronacrisis – blijkt uit de Landscourant dat op 23 december 2019 het toezicht van de offshore online goksector van het ministerie van Justitie naar het ministerie van Financiën is gemandateerd per Ministeriële Beschikking, zodat het parlement hierin niet is gekend en er geen ruchtbaarheid aan werd gegeven. Nu kan de Centrale Bank er in ieder geval niet meer bij.

En dat de Minister van Financiën vervolgens op zijn beurt op 23 maart in alle stilte in onder-mandatering het toezicht op die sector aan de volkomen onervaren Gaming Control Board heeft opgedragen, geeft te denken. Van toezicht zal opnieuw nauwelijks sprake zijn.

De ingreep van Den Haag – met de instelling van De Nederlandse Bank als toezichthouder op de Centrale Bank – kun je met niet al te veel fantasie een ‘onder curatele stelling’ noemen. De vuile was van 24 jaar Tromp-governance zal gevonden worden. Of die opgehangen wordt, de vuile was dan, is de vraag. Want het inzichtelijk maken van die geldstromen zal mogelijk leiden tot een run van de offshore bankingsector met de trustkantoren (lees: goksector) er achteraan. Wellicht naar Malta, waar de oude garde al zit.

Slavenhandel

Een oude bankier zei mij ooit eens dat de slavenhandel door de West-Indische Compagnie al geruime tijd aan de gang was, maar de burgerbevolking in Nederland er nog niets van wist en ieder geval daarbuiten werd gelaten. 

Dat veranderde toen een schip van de Compagnie averij opliep en in Alkmaar moest aanmeren. Haar ‘lading’ slaven werd gedwongen en geketend van boord gehaald. De verontwaardiging op de markt over zoveel onrecht was groot. “We zijn 400 jaar verder, en het volk weet nog steeds niet wat er gebeurt. Er is nog niets veranderd.”

Voorwaar een schone taak voor De Nederlandse Bank om anno 2020 eindelijk geschiedenis te maken.

Deel dit artikel