Curaçao

Curaçao ziet excuus slavernij vooral als eerste stap richting herstel

WILLEMSTAD – Op Curaçao wordt lauwwarm gereageerd op de slavernij-excuses die de Nederlandse staat wil aanbieden. ‘Die hebben geen waarde als er geen vervolg aan wordt gegeven.’ Dat schrijft correspondent Dick Drayer in de zaterdageditie van het dagblad Trouw.

Marlon Regales protesteerde in augustus nog tegen het uitblijven van excuses voor het slavernijverleden. Op zijn protestbord was een foto van Mark Rutte te zien, met daarop géén excuses die uit de mond van de premier kwam.

Pre-zomer 2024Pre-zomer 2024

Hij hield het omhoog tijdens de nationale slavernijherdenking op Curaçao op 17 augustus. De boodschap was voor de bezoekende delegatie van de Tweede Kamer. “Eigenlijk gaat het me niet om excuses, want er zijn ook geen excuses te bedenken voor iets dat zo fout was.”

Voor Regales is de stap die Nederland gaat zetten wel een vooruitgang. “De vraag is alleen waarom het zo lang heeft geduurd en waarom de Tweede Kamer het laatste zetje moest geven.” Twee weken geleden liet een meerderheid van de Kamer zich positief uit over een excuus.

Lang wil Regales er niet bij stil staan. Wat gebeurd is, is gebeurd. Maar die excuses zullen wel verder moeten gaan dan een excuus aan Suriname en de eilanden zelf. “Curaçao was een doorvoerpunt in de slavenhandel, richting de omliggende eilanden en Zuid-Amerika. Ook de nazaten in Colombia en Venezuela moeten worden meegenomen in het excuus.”

De Nederlandse Bank en grote gemeentes gingen de Nederlandse Staat voor, maar wat Regales betreft moet ook de rooms-katholieke kerk, alom aanwezig en invloedrijk op de Caribische eilanden, zijn excuses aanbieden. “Die had een grote rol in de slavernij.”

Naast excuses de volgende stap

Net als Regales vindt ook Gibi Basilio dat excuses een goed idee zijn, maar dat die geen waarde hebben als er geen vervolg aan wordt gegeven. Het gaat volgens hem om de voltooiing van de drieluik: erkenning, excuus en dan herstel. Basilio is onder andere organisator van wijkdialogen over slavernij en de doorwerking ervan in de huidige maatschappij. Hij ontmoette de delegatie van de Tweede Kamer in augustus en zegt dat toen al is gesproken over hoe de excuses vorm moeten krijgen en wat daarna moet gebeuren.

“Belangrijk is dat de excuses worden gemaakt op ‘de plaats delict’ met directe betrokkenheid van de nazaten. De tekst is cruciaal. En vooral wie die tekst schrijft.” Tegen de delegatie is gezegd dat er een commissie moet komen, waarin ook de andere landen van het koninkrijk zitting hebben. “Wat wordt de rol van Koning Willem-Alexander dan? Gaat die zeggen wat wij willen dat hij zegt?”

Voor Basilio en de groep die zich bezighoudt met het slavernijverleden is overigens niet meteen gezegd dat de koning een rol heeft. “Velen zien hem toch als decorstuk.” Het Koningshuis is volgens Basilio niet bepalend, al geeft de komst van Willem-Alexander wel extra cachet. “Belangrijk is dat de staat der Nederlanden excuses aanbiedt.”

Elimineren van het slaaf-syndroom

Nog belangrijker is volgens Basilio dat de tekst duidelijk maakt hoe het herstel en de reparatie vorm gaan krijgen. “Anders gaat dat, net als het excuus, jaren duren. Die eventuele tweehonderd miljoen euro voor een fonds waaruit projecten kunnen worden betaald voor een betere bewustwording van het slavernijverleden en een museum over slavernij, gaan over Nederland zelf”, zegt Basilio. “Dat heeft niets met herstel van het slavernijverleden te maken.”

“We willen geen geld op de rekening, dat is duidelijk. We zullen moeten investeren om achterstanden in te halen, het onderwijs op de eilanden moet aangepakt, we moeten werken aan het elimineren van het slaaf-syndroom.”

Wat volgens Basilio ook belangrijk is, is dat Nederland de slaaf Tula, die in 1795 een slavenopstand op het eiland leidde en op Curaçao geldt als nationale held, in ere gaat herstellen. “Nederland moet erkennen dat Tula geen misdadiger was, maar een vrijheidsstrijder. Dat zijn gruwelijke dood onrechtmatig was en een misdaad van de Staat der Nederlanden.

Voorzichtig positief

Premier Gilmar Pisas van Curaçao staat voorzichtig positief tegenover de excuses. Hij benadrukt wel dat ze moeten overkomen als een serieus en welgemeend gebaar. Hij vraagt Nederland ook te reflecteren op hoe de slavernij drie eeuwen lang de ontwikkeling van Curaçao heeft beïnvloed.

“De inrichting van het bestuur en vooral ook welke doelen dat bestuur diende, ook zonder slavernij, is van invloed geweest op onze mogelijkheden ons land te ontwikkelen binnen de kaders van de universele rechtsorde van de Verenigde Naties”, aldus de premier.

Hij hoopt dat Nederland en Curaçao ook samen gaan kijken naar hoe het eiland zich in de toekomst kan ontwikkelen.

Deel dit artikel