
WILLEMSTAD - De Hoge Raad heeft een cassatieberoep van het Land Curaçao afgewezen in een zaak tegen Stichting Kadaster en Openbare Registers Curaçao. De regering van Gilmar ‘Pik’ Pisas eiste dat de stichting haar financiële reserves zou afdragen, maar het gerecht in eerste aanleg en later het Gemeenschappelijk Hof van Justitie wezen die eis af. De Hoge Raad ziet geen reden om die uitspraken te vernietigen.
Het geschil draait om de vraag of een overheidsstichting verplicht kan worden financiële reserves over te dragen aan de overheid. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie wees de eis van het Land Curaçao eerder af omdat er geen juridische grondslag is voor de vordering. Volgens het hof behoort het vermogen van de Stichting Kadaster en Openbare Registers Curaçao niet tot dat van het Land en ontbreekt een wettelijke basis om de financiële reserves op te eisen.
Daarnaast heeft het Land Curaçao zelf de juridische structuur van het Kadaster bepaald bij de privatisering en kan het nu niet stellen dat de reserves alsnog aan de overheid toekomen. Ook vond het hof dat het Land onvoldoende had onderbouwd dat er sprake was van ongerechtvaardigde verrijking of dat de afdracht op basis van redelijkheid en billijkheid kon worden afgedwongen.
Hoewel er tijdens de zitting in hoger beroep is gesproken over de wenselijkheid van een mogelijke afdracht, zag het hof hierin geen juridische taak voor zichzelf. Om die reden verwierp het ook een verzoek om nader onderzoek door de Stichting Overheidsaccountantsbureau Curaçao.
Cassatie
Curaçao ging daarop in cassatie, maar krijgt ook daar geen gelijk. De Hoge Raad oordeelt dat er geen rechtsvragen zijn die een nadere motivering vereisen en wijst het beroep af.
Curaçao moet de proceskosten van ruim 16.000 gulden vergoeden aan de stichting, plus een salarisvergoeding van 2.200 gulden voor de advocaten, met rente als de betaling niet binnen twee weken wordt voldaan.




































