Nieuws Curaçao

‘Ik voelde me een crimineel’

De Curaçaose overheid heeft vorige week de laatste tien Venezolaanse vluchtelingen op het eiland in vrijheid gesteld. Niet omdat ze vindt dat ze zou moeten, maar omdat de rechter in Willemstad heeft ingegrepen. De omstandigheden waaronder vreemdelingen zonder verblijfspapieren worden gedetineerd is in strijd met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. ‘Onacceptabel’ zegt het Gerecht.

Jose Carrasquero is een van de tien die net vrij is. Hij zit nog wat onwennig op zijn stoel. Het decor is een Surinaams restaurantje vlakbij het huis waar zijn broer als sinds 2018 ondergedoken zit en waar hij en zijn vrouw Rosaeline nu schuilen. Zij was ook een van de tien. “De Curaçaose overheid heeft ons dan wel vrijgelaten, maar we zijn nog steeds illegaal, we hebben nog steeds geen verblijfspapieren of een werkvergunning. Als ze willen kunnen ze ons zo weer oppakken.”

Bol AlgemeenBol Algemeen

Jose kwam met zijn vrouw begin dit jaar naar Curaçao op een gammel bootje. Ze waren hun huis in Coro ontvlucht nadat politieagenten de voordeur hadden doorzeefd met kogels. “Intimidatie van de regering”, zegt Jose. “Mijn broer werkte als camjo bij verschillende media, maar moest in 2018 vluchten voor zijn eigen veiligheid. Sindsdien worden wij ook lastig gevallen door de autoriteiten. De schietpartij begin dit jaar maakte dat we hals over koop zijn gevlucht.”

Daarbij moeten ze noodgedwongen hun twee kinderen achterlaten. “Die zijn met oma dezelfde avond naar Caracas gereisd, in de grote miljoenenstad zijn anoniem.” Dat de overtocht naar Curaçao gevaarlijk is, blijkt al snel. Hun bootje krijgt motorpech en uren dobberen ze rond op zee om uiteindelijk door de Nederlandse Kustwacht onderschept te worden.

Nachtmerrie

Maar dan begint de nachtmerrie pas echt. Curaçao kent geen asielprocedure, je bent op het eiland of burger, of bezoeker of illegaal. Meer opties zijn er niet. Wie door de kustwacht of politie wordt onderschept wacht maar één lot: uitzetting.

Onder druk van Nederland en de internationale gemeenschap kent het eiland nu wel een zogenaamde artikel 3 procedure onder het Europees verdrag van de Rechten van de Mens, die landen verbiedt mensen terug te sturen als ze in eigen land gedood of gemarteld kunnen worden. Het is, sinds die procedure bestaat, nog geen Venezolaan gelukt om bescherming onder dat artikel te krijgen.

Maar dezelfde kritiek op het ontbreken van een asielprocedure, leidt ook tot kritiek op de manier waarop Curaçao omgaat met vluchtelingen. De vreemdelingenbarakken in de SDKK-gevangenis gaan eind mei dicht na een bezoek van het internationale Comité tegen Marteling van de Verenigde Naties.

José met zijn vrouw Rosaeline

Strafgevangenis

De acht vluchtelingen die dan in detentie zitten, waaronder Jose en Rosaeline, worden een dag lang naar verschillende locaties gebracht, maar eindigen uiteindelijk in de strafgevangenis SDKK, waar veroordeelde criminelen hun straf uitzitten.

De vrouwen worden ondergebracht in de vrouwenvleugel, de mannen in blok 1. Volgens de mensenrechten mag het allemaal niet en verzint de minister van Justitie een trucje: hij stuurt de strafgevangenen in blok 1 naar andere blokken van het gevang en verklaart bij ministeriele beschikking dat blok 1 vanaf dat moment als vreemdelingenopvang geldt.

De bewakers worden niet meegenomen in die verandering en passen eenzelfde regiem toe op de Venezolanen als dat ze gewend zijn bij strafgevangenen. “Ik voelde me een crimineel. Ik bad tot God en zei hem: ik heb niets gedaan en toch zit ik in de gevangenis. Op de muren van mijn cel stonden angstaanjagende teksten. Een is me goed bijgebleven: ‘Wie nooit heeft gemoord, heeft geen gevoel’. Ik was geschokt. Toen ik vroeg of ik het weg mocht poetsen, zeiden de bewakers dat ik mijn eigen T-shirt maar moest gebruiken.”

Vogel

In de tweeëneenhalve maand dat Jose in blok 1 zit ziet hij geen enkele keer de zon. De cellen bevinden zich rond de gezamenlijke binnenruimte die deels met roosters overdekt is, zonder enig zicht op de buitenwereld. Zes uur per dag zit hij daar met zijn Venezolaanse lotgenoten, de andere achttien uur zit hij alleen in zijn cel opgesloten. “Er kwam eens een vogel binnen, die niet meer wist hoe hij er weer naar buiten moest. We gebruikten onze kleren om hem de weg te wijzen. Ik voelde mij die vogel. Uiteindelijk kon hij met de hulp van een bewaker weer wegvliegen. Dat geluk had ik niet.”

In de binnenruimte stond een TV. Volgens Jose een postzegel die tien meter ver stond, zonder geluid. Er was ook een dominospel en in een andere dichte ruimte hing een basketbalnet. “Eerst was er geen bal, maar toen die er wel was, gingen we nog steeds niet.  Je zit al zo lang in je cel, dan ga je niet nog eens zo’n donkere ruimte in.”

Vrij

Begin juli zijn de mannen in blok 1 de onmenselijke behandeling zat en weten met de hulp van Human Rights Defense Curaçao en een aantal advocaten een kort geding aan te spannen.  De rechter komt, verrassend genoeg, zelf kijken en constateert dat strafrechtelijk gedetineerden beter af zijn dan de Venezolanen. ‘Die beschikken wel over een sporthal, een bibliotheek en werkplaatsen en hebben daardoor ook zicht op de buitenwereld’, aldus de rechter. De Venezolanen komt vrij.

Jose voelt geen rancune tegen Curaçao. Hij hoopt dat hij met rust wordt gelaten en samen met zijn vrouw aan het werk mag gaan op het eiland. Ze hadden een klein hamburger restaurantje in Venezuela. Maar het liefst ziet hij president Nicolaas Maduro vertrekken. Ik hoop dat het weer net zo wordt als onder Chavez. “Ik weet, Maduro komt uit dezelfde kliek, maar toen was er minder corruptie en hadden we werk. We konden leven.

Deel dit artikel