Nieuws Curaçao

Jonge Amsterdammers verdwenen in slavernij

Zicht op de Marokkaanse kustplaats Salé - John Ogilby, 1670

Historiek, een online geschiedenismagazine, brengt deze week een verhaal dat niet vaak wordt verteld, maar dat deel uitmaakt van onze gezamenlijke geschiedenis. In de 17e eeuw waren er duizenden Nederlanders, waarvan velen uit Amsterdam, die door kapers gevangen werden genomen en als slaven verkocht op de Noord-Afrikaanse markten. Curacao.nu berichtte daar eerder al over. De overheden boden hen weinig hulp, waardoor ze aangewezen waren op hun familie en vrienden voor hun vrijlating.

Een moedige vrouw was Belitie Melchers, ook wel bekend als Belia Wellekens, een 35-jarige molenaarsdochter uit Amsterdam. In 1683 kreeg ze het vreselijke nieuws dat haar man, schipper Dirck Hanse, samen met zijn bemanning was overvallen en verkocht op de markt van Salé, een Marokkaanse kustplaats. Ze kende alle bemanningsleden persoonlijk, want als schippersvrouw had ze hen voorzien van het benodigde voedsel voor de zeereis.

Zonder enige hulp van de Amsterdamse regenten, besloot Belitie zelf actie te ondernemen. Ze kocht 3000 pond buskruit en verscheept dit naar Salé, in de hoop haar man vrij te kopen. Ze ging zelfs de straten van Amsterdam door met een collectebus om geld in te zamelen voor de vrijkoop van haar man.

Helaas heeft haar inspanning niet het gewenste resultaat opgeleverd. Er zijn geen documenten die erop wijzen dat Dirck Hanse ooit terugkeerde naar Amsterdam. Hetzelfde geldt voor de andere bemanningsleden. Enkel Cornelis Dircxsz uit Medemblik kon later het verhaal navertellen.

Christelijke gevangenen worden op een plein te Algiers als slaaf verkocht, Jan Luyken, 1684 (Publiek Domein – wiki)

Het lot van de Amsterdamse jongedochter

Een ander verhaal dat het vermelden waard is, is dat van de Amsterdamse ‘jongedochter’ Lijsbeth Janse. Zij hoopte een nieuw leven op te bouwen in Suriname en scheepte zich in 1677 in op het schip Sint Joris.

Helaas werd het schip gekaapt en werden alle bemanningsleden en passagiers, waaronder Lijsbeth, verkocht als slaven in Algiers. Het lot van Lijsbeth is een treffend voorbeeld van de onverschilligheid van de Amsterdamse regenten, die opmerkten dat zij in slavernij verbleef, maar geen actie ondernamen om haar vrij te kopen.

Amsterdamse slavenlijsten

Het lot van de Nederlandse slaven in Noord-Afrika is niet alleen beperkt tot de inwoners van Amsterdam. Zo staat de Friese matroos Pieter Martensz vermeld op de Amsterdamse slavenlijsten, nadat hij in 1683 werd gevangen genomen en verkocht in Algiers. Ondanks de inspanningen van zijn familie, is het onbekend of hij ooit is vrijgekomen.

Het lijkt er niet op dat geboren Amsterdammers een betere behandeling kregen. In 1688 scheepte Claes Lubbersz zich in op het schip De Boodschap van Maria, in de hoop carrière te maken.

Ook hij werd gevangen genomen en verkocht als slaaf in Algiers. Zijn moeder, Lijsbeth Bosman, deed er alles aan om het vrijlatingsgeld bijeen te krijgen, maar het mocht niet baten. Claes Lubbertsz verdween in de nevel van de Noord-Afrikaanse vergetelheid, net als vele andere jonge Amsterdammers.

Deel dit artikel