Koninklijk Besluit dwingt Curaçao in 150 dagen 112 miljoen gulden te bezuinigen

Door Koninkrijksrelaties.Nu
Willemstad - De Curaçaose regering moet in de 5 resterende maanden van dit jaar een gat van 112 miljoen gulden dichten; ruim 750.000 gulden per dag.
Dat blijkt uit het Koninklijk Besluit dat de op 12 juli aan Curaçao door de Rijksministerraad (lees: Nederland) opgelegde aanwijzing bekrachtigt. De aanwijzing bevat drie eisen. Naast het wegwerken van het dreigende tekort van 112 miljoen moeten de tekorten van 2017 en 2018 worden gecompenseerd.
In totaal gaat het om 169,5 miljoen gulden. Dat bedrag moet worden gecompenseerd door het realiseren van begrotingsoverschotten over de jaren 2020, 2021 en 2022. De derde eis die Nederland aan Curaçao stelt is dat de achterstanden van afdrachten aan het Algemeen Pensioenfonds Curaçao en de Sociale Verzekeringsbank per 31 december 2022 zijn afgelost.
In reactie op het Koninklijk Besluit meldt het Kabinet Rhuggenaath bij de Raad van State van het Koninkrijk in beroep te gaan. Het heeft daartoe 30 dagen de tijd. Het in beroep gaan tegen de aanwijzing gebeurt via een formele beroepsprocedure bij de Kroon, zoals beschreven in de Rijkswet financieel toezicht.
De Curaçaose zal een beroepschrift indienen, waarna eventueel een hoorzitting volgt. Daarna is het aan de Raad van State advies uit te brengen in de vorm van ontwerpbesluit. Dat advies wordt uitgebracht aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) die vervolgens twee maanden de tijd heeft om te besluiten of hij de Rijksministerraad voorstelt om het advies tot het geven van een aanwijzing te heroverwegen.
Van het beroep gaat geen schorsende werking uit. Dat betekent dat de regering in Willemstad zich met onmiddellijke ingang aan de aanwijzing moet houden en dus al op heel korte termijn maatregelen moet nemen om het gat in de begroting te dichten. Daarvoor is het nodig vrijwel per direct fors (extra) te bezuinigen op overheidsuitgaven en tegelijkertijd de inkomsten - zoals belastingen - te verhogen.
Het bedrijfsleven en de vakbonden hebben al gewaarschuwd voor sociale onrust.
































