Nieuws Curaçao

Minister Ruisandro Cijntje ernstig in verlegenheid gebracht door vertrek RvC Aqualectra

WILLEMSTAD – Minister Ruisandro Cijntje van Economie is ernstig in verlegenheid gebracht door het vertrek van drie van de vier leden van de Raad van Commissarissen van Aqualectra. Als meerderheidsaandeelhouder van het water en elektriciteitsbedrijf zou hij mogelijk niet adequaat hebben gereageerd op signalen van problemen met betrekking tot de bedrijfsvoering binnen het bedrijf. 

De Raad van Commissarissen lijkt te hebben geprobeerd de aandacht van de minister te vestigen op ernstige problemen binnen het bedrijf, waaronder mogelijk financiële onregelmatigheden en een gebrek aan transparantie in de bedrijfsvoering. 

Dit is vooral relevant gezien de rol van de RvC, die toezicht moet houden op het bestuur van het bedrijf en moet optreden als een belangrijk controlemechanisme om ervoor te zorgen dat het bedrijf in het belang van alle stakeholders handelt, inclusief de aandeelhouders.

Onregelmatigheden

Een recent rapport van Forensic Caribbean wijst op mogelijke strafbare feiten gepleegd door Darick Jonis, de voormalige CEO van Aqualectra. Volgens het rapport heeft Jonis herhaaldelijk zijn procuratiebevoegdheid overschreden. Deze bevoegdheid geeft iemand het mandaat om namens een bedrijf handelingen uit te voeren, zoals het ondertekenen van contracten. Jonis had toestemming om beslissingen te nemen tot één miljoen gulden, maar hij ging hier volgens het rapport ver overheen.

In één geval ondertekende Jonis, zonder medeweten van andere belangrijke bestuursleden, drie contracten met NuCapital en Koraal Tabak Windparken voor een bedrag van meer dan tien miljoen dollar. Dit is bijna twintig keer hoger dan zijn procuratielimiet. “Deze acties waren nooit besproken met de Raad van Commissarissen en er was geen toestemming voor deze transacties”, aldus het rapport.

Het rapport van FC benadrukt ook ‘ongebruikelijke bepalingen’ in de contracten en suggereert mogelijke onzakelijke afspraken met derden. Er zou ook sprake zijn van ernstige nalatigheid bij de aankoop van grote transformatoren, waarbij Jonis wederom zijn bevoegdheid zou hebben overschreden.

“Deze bevindingen wijzen op een ernstige verwaarlozing van bedrijfsvoering en kunnen duiden op financiële fraude en valsheid in geschrifte,” merken de voormalige RvC-leden Karel van Haren, Austin Martina en Patrick Aberson op.

Het rapport spreekt ook van het ‘doelbewust achterhouden van informatie’, wat wijst op misleiding van de raad van commissarissen en andere bestuursleden. 

Onwil

De schijnbare onwil of nalatigheid van minister Cijntje om in te grijpen of gepast te reageren op deze informatie, zou kunnen worden gezien als een tekortkoming in het uitoefenen van zijn verantwoordelijkheid als meerderheidsaandeelhouder. 

Dit roept vragen op over de effectiviteit van het toezicht op en de governance van het bedrijf, en kan impliceren dat er binnen Aqualectra een gebrek aan adequate controle en verantwoording was, wat de deur heeft geopend voor de vermeende overtredingen door de voormalige CEO.

Bol AlgemeenBol Algemeen

Cijntje gaat in een persbericht vol in de aanval en bestempelt het vertrek van de drie RvC-leden van Aqualectra als ‘onverantwoord’ en ‘laf’. Hij stelt dat zij medeverantwoordelijk zijn voor de wantoestanden bij het nutsbedrijf.

Cijntje spreekt de beschuldigingen als zou hij nooit hebben gereageerd op meldingen van de Raad van Commissarissen tegen en beweert dat hij juist herhaaldelijk contact heeft gezocht. De minister benadrukt dat hij aandrong op een onderzoek bij Aqualectra, met name na opeenvolgende stroomstoringen vorig jaar. 

De minister refereert naar een eerder onderzoek dat al problemen met het onderhoud van installaties bij Aqualectra aan het licht bracht. Volgens hem ligt hier de basis voor het recente ‘vernietigende forensisch onderzoeksrapport’. Hij stelt dat de RvC medeverantwoordelijk en aansprakelijk blijft voor de geconstateerde wantoestanden die plaatsvonden onder hun toezicht.

Cijntje geeft aan dat de RvC-leden geen bevredigend antwoord konden geven op zijn vragen over de achterstand in het onderhoud van de Aqualectra-installaties. Hij beschouwt de aantijgingen in de ontslagbrief als een verkeerde voorstelling van zaken en als ‘laag bij de grond’.

Deel dit artikel