Nieuws Curaçao

Nog steeds problemen bij de Immigratiedienst van Curaçao

WILLEMSTAD – Het immigratiebeleid van Curaçao moet om, dat stelt de minister van Economische Ontwikkeling, Ruisandro Cijntje, die pleit voor een ander systeem op luchthaven Hato en een andere manier van controle op toeristen. 

Dit nieuws komt in het licht van recente klachten over de behandeling van Colombiaanse toeristen en langlopende kwesties rond ambtelijke integriteit bij de Immigratiedienst.

Minister Cijntje benadrukte het belang van het toerisme voor de economie en de noodzaak om het stigma op bezoekers, met name uit Colombia, te verminderen. Een aanstaande vergadering met Justitieminister Shalten Hato moet zich richten op de omgang met toeristen op Hato, volgend op klachten van reisagent Johana Restrepo over de onvriendelijke ontvangst van haar landgenoten.

De discussie over de aanpak van immigratie is er een van jaren. Een rechtszaak tegen een van de immigratieambtenaren die voor ambtsmisbruik terecht heeft gestaan geeft een goed kijkje in de keuken van de Immigratiedienst. 

Hoewel hij destijds op veel punten werd vrijgesproken, is er een duidelijk beeld ontstaan van een Immigratiedienst waar misstanden normaal lijken te zijn. Dit probleem wordt versterkt door de bevindingen van de Raad voor de Rechtshandhaving, die sinds 2013 herhaaldelijk onregelmatigheden bij de grenscontrole aan de kaak heeft gesteld.

De praktijken op de luchthaven en de houding van sommige ambtenaren, waarbij toeristen vernederend worden behandeld of zelfs worden opgesloten, zonder dat de wet die mogelijkheid biedt, geven aanleiding tot zorgen over de integriteit van de immigratieprocedures.

Deze situatie laat zien dat het beleid en de procedures bij de Immigratiedienst dringend hervormd moeten worden, niet alleen om het toerisme te bevorderen, maar ook om de integriteit van de ambtelijke organisatie te waarborgen. 

De Raad voor de Rechtshandhaving heeft al in 2013 en opnieuw in de recente publicatie over de Staat van de Rechtshandhaving gewezen op het ontbreken van procedurele richtlijnen en de noodzaak om vrijheidsbeperkende maatregelen wettelijk vast te leggen. Het blijft echter onduidelijk wanneer en hoe deze aanbevelingen geïmplementeerd zullen worden, wat de urgentie van de situatie benadrukt.

Deel dit artikel