Curaçao

‘Politiemensen opvoeden dat vreemdelingenbeleid iets anders is dan boeven vangen’

Mr. Myra Biegelaar en professor mr. Lodewijk Rogier | Foto: Dick Drayer

Curaçao heeft een probleem met attitude in de vreemdelingenketen. Dat zegt professor mr. Lodewijk Rogier. “Die moet veranderen, functionarissen die belast zijn met een toezichthoudende en/of strafrechtelijke taak moeten doordrongen worden van het feit dat ongedocumenteerden geen criminelen zijn. Handhavingsactiviteiten vallen in eerste instantie onder het bestuursrecht en niet het strafrecht.

Bol AlgemeenBol Algemeen

Professor mr. Lodewijk Rogier in gesprek met Dick Drayer (4’02”)

De hoogleraar Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de University of Curaçao gaf afgelopen week een lezing voor de Antilliaanse Juristenvereniging, samen met collega mr. Myra Biegelaar. Beiden zien dat er van alles mis is met de manier waarop Curaçao omgaat met vreemdelingen.

Regelgeving

“Om te beginnen is de wetgeving onvoldoende en dan vooral de beleidsregels. Die zijn onvolkomen opgesteld, er zitten grote gaten in of ze zijn niet gepubliceerd, en niet kenbaar voor mensen. Zo zijn mandaatbesluiten niet te vinden”, aldus Rogier.

Volgens de rechtsgeleerden is er ook een groot probleem met de uitvoering van de regelgeving. “Heel vaak worden beschikkingen en besluiten niet op schrift gesteld en weten betrokkenen niet waar ze aan toe zijn. Er wordt uitvoering gegeven zonder dat de regels worden gevolgd.”

De politie is in de vreemdelingenketen aangesteld als toezichthouder gebaseerd op het bestuursrecht, stelt Rogier. “Terwijl we weten dat die strafrechtelijk is geprogrammeerd. De politie is primair bezig met boeven vangen en niet met toezicht houden. Dat is een spanningsveld.”

Multidisciplinaire Teams

Volgens Rogier is dat spanningsveld duidelijk zichtbaar bij het optreden van bijvoorbeeld multidisciplinaire teams. “Die stappen bij een bedrijf naar binnen met verschillende taken, bijvoorbeeld op het gebied van de warenwetgeving, sociale zekerheid of vreemdelingenbeleid. Maar als burger heb je geen idee wie welke bevoegdheid heeft.”

“Als de politie bij een bezoek van een inspectieteam aanwezig is, op welke manier dan? Mogen ze met een strafrechtelijke bevoegdheid überhaupt zomaar binnenvallen, of geven ze alleen maar ondersteuning of zijn ze daar vanuit bestuursrechtelijke handhaving? Deze onduidelijkheid van mandatering werkt willekeur in de hand en is bovendien intimiderend”, aldus Rogier. “Ik constateer dat er hier te gemakkelijk over gedacht wordt. Men onderschat de juridische implicaties hiervan.”

Mag de politie strafrechtelijk optreden binnen een Multidisciplinair team geleid door Economische Zaken? Foto: Èxtra

Pre-zomer 2024Pre-zomer 2024

Eenzelfde onduidelijkheid is te vinden bij uitzetting of verwijdering. “Strikt genomen wordt uitzetting uitgevoerd onder bevoegdheid van de procureur-generaal. Maar verwijdering is een bestuursrechtelijk bevoegdheid en gebeurt onder bevoegdheid van de minister. Weten de politiemensen namens wie zij handelen en welke gevolgen dat heeft voor hun handelen”, vraagt Rogier.

Verwijdering of uitzetting

Het antwoord daarop gaf de minister begin september overigens zelf, voor de microfoon van RTL Nieuws. Quincy Girigorie zei toen dat zijn mensen op de werkvloer onvoldoende op de hoogte zijn van de regelgeving.

Raad voor de Rechtshandhaving

De constateringen van Rogier en Biegelaar zijn niet nieuw. Al in 2013 en 2014 trok de Raad voor de Rechtshandhaving aan de bel.

Zo stelde de Raad dat de wijze waarop binnen de politie de verdeling van de bevoegdheden en de wijze van besluitvorming plaatsvindt onoverzichtelijk is en voor de nodige misverstanden kan zorgen. Het aantal functionarissen dat binnen de vreemdelingendienst besluiten kan nemen over toegang is niet begrensd.

De Raad kwam ook tot de conclusie gekomen dat personeel in de gevangenis er niet van bewust is dat de detentiewetgeving op bedoelde vreemdelingen van toepassing is geworden en dat de ingesloten vreemdelingen behandeld moeten worden als ‘onveroordeelden’.

Op de voorgrond het Curaçaose lid van de Raad Glenn Camelia en rechts het Nederlandse lid Theo Bot. Op de achtergrond het Curaçaose team van de Raad. | Foto: Raad voor de Rechtshandhaving

Ook is er voor de gedetineerde vreemdelingen in de barak geen rechtskundige bijstand geregeld. “Dit is in strijd met de bepalingen van het Europees verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden”, aldus Rogier.

De ingesloten vreemdelingen worden volgens de Raad, structureel niet volgens de geldende normen bejegend en hun rechtspositie wordt in strijd met de wet op aanmerkelijk lagere peil gehouden dan die van de veroordeelden in de andere blokken. 

De Raad is van oordeel dat de detentiesituatie binnen het huis van bewaring voor vreemdelingen structureel benedenmaats is. De aangebrachte en ingesloten illegalen blijken niet van alle medewerkers van de Vreemdelingendienst een correcte behandeling te krijgen. 

Amnesty en Ombudsman

De rapporten van de Raad zijn nu vier jaar oud. “Je zou kunnen denken dat er sindsdien het nodige verbeterd is, maar de recente rapporten van Amnesty International en de Ombudsman wijzen daar niet op”, zeggen Rogier en Biegelaar.

“Amnesty concludeert dat Curaçao geen eerlijke en transparante procedure heeft om asielaanvragen te beoordelen en er niet in is geslaagd te garanderen dat het zijn internationale mensenrechtenverplichtingen tegenover vluchtelingen en asielzoekers nakomt.”

Een eenvoudig voorbeeld is de nieuwe beleidsregeling van Justitieminister Quincy Girigorie. “Volgens het rapport van de Ombudsman is die van kracht geworden op 5 juli 2017, maar niet bekendgemaakt of anderszins gepubliceerd. Sterker: alleen de minister en wellicht een paar ambtenaren zijn op de hoogte. We kunnen dus niet toetsen of de beleidsregels verankerd zijn in de wet en of de Vreemdelingendienst zich er aan houdt. “Het wordt tijd dat het parlement van Curaçao eens een goed salvo vragen af moet vuren op deze minister”, aldus Rogier.

Het Bureau Ombudsman | Foto: Bureau Ombudsman

De Curaçaose wetgeving en beleidsregels inzake vreemdelingen en vluchtelingen voldoen volgens Rogier en Biegelaar niet aan de huidige juridische internationale maatstaven  en vereist dringend modernisering. 

Mensenrechten

“Vrijheidsontneming enkel op basis van het ontbreken een verblijfstitel, zonder toegang tot informatie, adequate hulp of begrijpelijke procedures om in beroep te gaan tegen de beslissing tot detentie, is een schending van Artikel 5 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM: ‘het recht op vrijheid en veiligheid’) en heeft grote gevolgen voor het gevoel van waardigheid en de mentale en fysieke gezondheid van migranten, asielzoekers en vluchtelingen. Het is een schending van het recht op vrijwaring van willekeurige detentie”, aldus Rogier en Biegelaar.

Maar het belangrijkste probleem volgens de twee juristen is dat handhaving van het vreemdelingenrecht een verkeerde insteek heeft. De politie behandelt vreemdelingen en vluchtelingen als criminelen. De politie gaat uit van strafrechtelijke opsporing, terwijl hier de toezichthoudende en hulpverlenende taak van de politie voorop dient te staan. 

“Wijzig je die attitude, dan verkleint dat de kans op schending van mensenrechten.”

——

Mr. Myra Biegelaar heeft sinds 1990 een juridisch adviesbureau, gespecialiseerd in vreemdelingenrecht.

Professor mr. Lodewijk Rogier is als hoogleraar Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de University of Curaçao. Hij was tot 2014 als hoogleraar Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Beiden zijn auteur van het boek ‘Het vreemdelingenrecht van Curaçao’ 

Deel dit artikel