Nieuws Curaçao

Premier Curaçao: Nederlandse excuses slavernijverleden moet focus geven op gedeelde toekomst binnen het koninkrijk

WILLEMSTAD – Gilmar Pisas staat voorzichtig positief tegenover de excuses die Nederland wil maken over haar betrokkenheid bij de trans-Atlantische slavernijperiode. Hij benadrukt wel dat deze excuses over moeten komen als een serieus en welgemeend gebaar.

De premier van Curaçao zegt dat erkenning van de actieve betrokkenheid, excuses voor de gepleegde daden en vooral ook een geloofwaardig gebaar om bereid te zijn bij te dragen aan de emancipatorische ontwikkeling van Curaçao daarin belangrijk zijn.

Bol AlgemeenBol Algemeen

Tegelijkertijd vraagt hij Nederland om ruimte en aandacht te zoeken voor reflectie op de bestuurlijke context waarin de slavernij drie eeuwen lang plaatsvond en hoe dat de kansen op de ontwikkeling van Curaçao heeft beïnvloed.

Mentale slavernij

“Niet alleen in economische zin, omdat we immers wingewesten waren en de opbrengsten van het benutten van ons land ten behoeve van de trans-Atlantische slavernij grotendeels elders te gelde werden gemaakt, maar vooral ook door de invloed van de mentale slavernij en het koloniale bewind op ons onderwijs en educatie, en daarmee op een gezonde mentale en intellectuele ontwikkeling van onze bevolking.”

De doorwerking daarvan voor de ontwikkeling van Curaçao ervaart de bevolking volgens Pisas nu nog steeds, ver na de feitelijke afschaffing van de slavernij.

Pre-zomer 2024Pre-zomer 2024

“Het koloniale bestuur was immers nog bijna een eeuw na de formele afschaffing van de slavernij actief aanwezig en verantwoordelijk. De inrichting van het bestuur en vooral ook welke doelen dat bestuur diende ook zonder het instrument van slavernij, is van invloed gebleven op onze mogelijkheden te werken aan de ontwikkeling van ons land, binnen de kaders van de universele rechtsorde van de Verenigde Naties.”

Als illustratie geeft de premier aan dat Curaçao als autonoom land binnen het koninkrijk nog altijd geen zelfstandige toegang tot internationale ontwikkelingsfondsen of anderszins tot internationale ondersteuning bij de ontwikkeling van Curaçao heeft. Al die wegen lopen volgens Pisas immers via Den Haag.

Vooruitkijken

“Voor mij leeft de hoop dat, naast de serieuze erkenning van de actieve betrokkenheid bij de trans-Atlantische slavernij, het aanbieden van welgemeende excuses voor de daden en de consequenties van het Nederlandse slavernij verleden, wij ook samen vooruitkijken naar de toekomstige ontwikkeling en progressie van ons land.”

De afspraken daarover in het Landspakket en de beoogde hervormingen moeten volgens Pisas in sociaal-psychologisch, educatief, financieel-economisch, en vooral ook in sociaal opzicht een goede toekomst bieden.

“Ik hoop dus op ruimte voor zo’n reflectie, vanuit de realiteit van ons gedeelde verleden, maar met de focus op onze gedeelde toekomst binnen het koninkrijk.”

Wanneer het door Nederland uit te brengen gebaar van excuses plaatsvindt binnen het bovengeschetste kader dan zal Curaçao volmondig kunnen zeggen dat zij er positief instaat. “Want dan zullen deze excuses van substantiële betekenis zijn voor de emancipatorische ontwikkeling van Curaçao.”

Deel dit artikel