Nieuws Curaçao

Slavernijverleden: De koning wil schoon schip maken

DEN HAAG – Koning Willem Alexander wil met het slavernijverleden schoon schip maken. Dat zegt hij tegen radiomaker Edwin Evers, die tien podcasts maakte met de koning ter gelegenheid van zijn tienjarig Koningschap.

“We zijn begonnen met een onderzoek naar de collectie in de Koninklijke Verzamelingen van kunst en andere artikelen,” vertelt Willem Alexander aan Edwin Evers. “Of daar foute spullen tussen zitten die eventueel teruggegeven zouden kunnen worden. En daarna heb ik een nieuw onderzoek aangevraagd, ook naar het verleden van de familie in koloniale tijd en de slavernij.”

De koning zegt persoonlijk nergens schuldig aan te zijn. “Maar ik heb natuurlijk wel een verantwoordelijkheid naar de Nederlandse maatschappij toe, ook voor wat de voorouders gedaan hebben. Daarom heb ik gevraagd om een onafhankelijk onderzoek, een wetenschappelijk onderzoek.”

Dat onderzoek, dat naar verwachting in 2026 klaar is, wordt uitgevoerd aan de Universiteit Leiden en geleid door Gert Oostindie, emeritus hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis.

Een vele gehoord geluid is dat de Koning dit doet om er straks voor te zorgen dat straks als Amalia Koningin wordt, dat dit afgerond is en dat hier duidelijkheid over is, om haar daarmee niet te belasten.

“We staan aan het begin van een helingsproces. En het zou mijn liefde niet waard zijn als het dan afgerond is, maar ik vermoed dat dit nog heel lang duurt voordat dit echt, voordat wij als maatschappij hiermee in het reine gekomen zijn en we echt die punt kunnen zetten achter het stuk waar de komma nu bijvoorbeeld is”, zegt de Koning.

Op 1 juli start het herdenkingsjaar. “Het rare natuurlijk van 1 juli is: voor de één is het een herdenking en voor de ander is het een viering. En voor tot slaafgemaakten in andere delen van de wereld, die hebben helemaal niks met 1 juli”, aldus Willem Alexander.

“Dus het wordt heel lastig om dat allemaal zo te kanaliseren dat 1 juli inderdaad een begin wordt van een herdenkingsjaar of een viering waarop we dus dit proces gaan beginnen.”

De Koning hoopt dat zijn aanwezigheid daar een bijdrage aan levert. “Maar ja, het is niet de eerste keer. In 2013 ben ik ook aanwezig geweest bij Keti Koti, dus het is ook niet de eerste keer dat we ons daarmee bezighouden. Maar nu naar aanleiding van dat excuus van de regering heeft het wel een andere lading gekregen.”

Deel dit artikel