Nieuws Curaçao

‘Statuut Centrale Bank Curaçao en Sint Maarten is dringend aan revisie toe’

'Statuut Centrale Bank Curaçao en Sint Maarten is dringend aan revisie toe'

Het Bankstatuut van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten bevat zorgpunten die good governance ernstig in de weg kunnen staan en de onafhankelijkheid van de CBCS bedreigen. Dat zegt Justus van der Lubbe, CEO van Inter-Assure Insurances.

Zo hekelt Van der Lubbe het feit dat het is vrijwel onmogelijk is om bestuurders en commissarissen en zelfs derden die voor de bank werken aansprakelijk te stellen voor grove nalatigheid of ernstige taakverwaarlozing. Hij verwijst naar artikel 14.

Pre-zomer 2024Pre-zomer 2024

“Tenzij de schade is te wijten aan opzet of grove schuld. Maar opzet of grove schuld zijn zeer hoge drempels”, zegt de CEO. “Bij reguliere bestuurders en commissarissen ligt de grens voor aansprakelijkheid veel lager, namelijk bij de vraag of hen een ‘ernstig verwijt’ kan worden gemaakt.”

Op zichzelf vindt Van der Lubbe het verdedigbaar, ook volgens internationale principes, dat er enige bescherming is voor bestuurders en commissarissen van financiële toezichthouders. “Maar deze bescherming hoeft niet vrijwel absoluut te zijn. De extreem hoge drempel kan als gevolg hebben dat bestuurders en commissarissen van de CBCS niet kunnen worden aangesproken voor grove nalatigheid of ernstige taakverwaarlozing, terwijl die wel grote schade kunnen toebrengen aan de CBCS, de financiële sector en de onder toezicht staande instellingen”, aldus Van der Lubbe.

Schendingen wettelijke onafhankelijkheid

Er zijn, blijkens artikel 18 van het Bankstatuut, geen gevolgen verbonden aan de schending van de wettelijke onafhankelijkheid van de CBCS, de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen ten opzichte van de Landen Curaçao en Sint Maarten.

Dit houdt in dat de Bank en haar organen geen instructies mogen vragen of aanvaarden van de Landen of organen van de Landen. Beïnvloeding is volgens de wet niet toegestaan. “Maar het artikel van het Bank-statuut dat deze onafhankelijkheid benoemt, verbindt geen consequenties aan de schending ervan”, zegt Van der Lubbe.

“Schendingen lijken dan ook met enige regelmaat te gebeuren. Opeenvolgende ministers van Financiën lijken zich in het verleden in vergaande mate te hebben bemoeid met de gang van zaken binnen de Centrale Bank door middel van oneigenlijke (politieke) sturingsinstrumenten. Zelfs al zou dit feitelijk niet zijn gebeurd,” zegt de CEO, “ook de schijn daarvan moet bij een onafhankelijke instelling als de Centrale Bank worden vermeden.”

Politieke beïnvloeding

De benoeming van de president, de leden van de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen is gevoelig voor politieke beïnvloeding, zo is volgens Van der Lubbe af te leiden uit artikel 20 en 25 van het Bankstatuut.

“De bestuurders en commissarissen van de CBCS worden benoemd bij gezamenlijk landsbesluit van Curaçao en Sint Maarten, de Landen. Dit betekent dat de landen het daarover politiek met elkaar eens moeten worden. In het algemeen is een gepolitiseerde benoeming al problematisch, omdat niet altijd de juiste persoon voor de functie in aanmerking komt,” zegt Van der Lubbe.

“Daar komt bovenop dat de Landen elkaar bij politieke onenigheid ‘in gijzeling’ kunnen houden door een landsbesluit tot benoeming te stagneren. Deze procedure zou dus opnieuw doordacht en vormgegeven moeten worden. Daarbij moeten deskundigheid en relevante ervaring een doorslaggevende rol spelen en niet affiniteit met een partij of het (niet) hebben van een bepaalde nationaliteit.”

De president

De benoemingsprocedure van de president van de Centrale Bank is onnodig complex, zo valt af te leiden uit artikel 20. Behalve het politieke karakter van de benoeming van de president, is het proces ook onnodig complex. De president en de twee directeuren worden benoemd uit een gezamenlijke voordracht van voor iedere functie drie personen.

De voordracht is gebaseerd op een aanbeveling door ten minste vijf leden van de Raad van Commissarissen. Indien de Landen een aanbeveling niet binnen drie maanden overnemen, benoemt de Raad van Commissarissen uit die aanbeveling een tijdelijke president of directeur.

“De afgelopen jaren is telkens weer gebleken dat deze procedure om politieke redenen kan worden vertraagd en gefrustreerd. Dit is onwenselijk, ook voor de reputatie van de Centrale Bank en de betrokkenen. Ook deze procedure moet opnieuw doordacht en vormgegeven worden”, zegt Van der Lubbe.

Voorzitter

De benoeming van de voorzitter van de Raad van Commissarissen is ook onnodig complex en eenvoudig te frustreren, zo is volgens Van der Lubbe af te leiden uit artikel 25.

De voorzitter van de Raad van Commissarissen wordt bij gezamenlijk landsbesluit benoemd, na een gezamenlijke voordracht van de ministers van de Landen, gebaseerd op een aanbeveling die is opgemaakt door een 5/6 meerderheid van de commissarissen.

“Dit proces is complex en kan om politieke redenen eenvoudig worden gefrustreerd”, zegt Van der Lubbe. “In dat geval zal de president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Saba en Sint Eustatius, het Hof, moeten worden verzocht te voorzien in een tijdelijke benoeming. Dit heeft zich in het verleden vaker voorgedaan, omdat de betrokken partijen het niet met elkaar eens konden worden over de (her)benoeming van de voorzitter of een van de commissarissen”, zegt Van der Lubbe.

Benoemingstermijn

“De benoemingstermijn van commissarissen van vier jaar werkt politieke beïnvloeding in de hand”, zegt de CEO van Inter-Assure. “Dat kun je af leiden uit artikel 25.”

De benoemingstermijn van commissarissen is vier jaar. In de huidige samenstelling wordt een groot deel van de commissarissen gelijktijdig (her)benoemd. “Deze constructie werkt politieke beïnvloeding in de hand. Ter illustratie, de huidige minister van Financiën van Curaçao is op dit moment betrokken bij de benoeming van de voorzitter en drie leden van de Raad. Hierdoor is deze minister in de gelegenheid een onevenredig grote stempel te drukken op de samenstelling van de Raad.”

Er dient daarom, volgens van der Lubbe, in de wet een regeling te worden opgenomen die geleidelijke vervanging van commissarissen mogelijk maakt, en die voorkomt dat telkens na vier jaar een te grote groep commissarissen in één keer wordt vervangen.

Inmenging toezicht

De taakomschrijving van de Raad van Commissarissen laat ruimte voor oneigenlijke inmenging in toezichttaken van de Centrale Bank, zo is af te leiden uit artikel 26, meent de CEO van Inter-Assure.

“De wettelijke taakomschrijving van de Raad is summier. Bovendien is geen afbakening van de toezichthoudende taak van de Raad gegeven. Het is van essentieel belang dat de commissarissen zich niet inmengen in het prudentieel- of gedragstoezicht die de Centrale Bank op de onder toezicht staande instellingen uitvoert”, aldus Van der Lubbe.

“Het zou ondenkbaar moeten zijn dat de Raad of individuele commissarissen op de hoogte zijn of zich inmengen in concrete dossiers en lopende toezichtzaken. De wet bevat te weinig waarborgen om dit ongewenste gedrag te voorkomen.”

Er zijn, volgens de CEO onvoldoende waarborgen voor politieke onafhankelijkheid van de president, directeuren en de commissarissen. “Ook politieke onafhankelijkheid, zo is af te leiden uit artikel 30. Bovendien bevat de wet te weinig waarborgen om de belangenverstrengeling en de schijn daarvan te vermijden. De regeling in artikel 30 van het Centrale Bank-statuut ontbeert essentiële materiële bepalingen om de onafhankelijkheid van de president, de directeuren en de commissarissen te waarborgen en in te grijpen wanneer er sprake is van conflicterende belangen.

Corporate Governance

Het Centrale Bankstatuut is niet gelinkt aan de Code Corporate Governance en Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, stelt Van der Lubbe. “Een belangrijke omissie in de wet is het ontbreken van schakelbepalingen in de tekst van het Centrale Bank-statuut naar de Code Corporate Governance en het Burgerlijk Wetboek.”

In de memorie van toelichting bij het Centrale Bank-statuut wordt volgens Van der Lubbe weliswaar naar de Code verwezen, maar dit is volgens hem onvoldoende voor toepasselijkheid. Ook kernbepalingen uit Boek 2, die goed bestuur en toezicht binnen een vennootschap waarborgen, zouden voor de Centrale Bank moeten worden voorgeschreven en toegepast. Een goede reden om het Bankstatuut grondig te reviseren”, aldus Van der Lubbe.

  • Download hier het Statuut van de CBCS

Deel dit artikel