Nieuws Curaçao

Uitspraken over illegale sublicenties toegestaan

WILLEMSTAD – In een recente uitspraak van de Hoge Raad is het cassatieberoep van masterlicentiehouder Cyberluck tegen journaliste Nardy Cramm van de Knipselkrant Curaçao verworpen. Cyberluck probeerde via de rechter af te dwingen dat Cramm stopte met het betitelen van sublicenties als ‘illegaal’. De Hoge Raad bevestigde echter dat dergelijke uitspraken onder de vrijheid van meningsuiting vallen.

De juridische strijd ontstond na publicaties van Cramm waarin zij de sublicenties van onder andere Edobet en 1xBet als illegaal bestempelde. Aanvankelijk werd in eerste aanleg bepaald dat Cramm deze term niet mocht gebruiken, maar in hoger beroep oordeelde het Gemeenschappelijk Hof anders. Het Hof benadrukte dat het benoemen van sublicenties als ‘illegaal’ binnen de grenzen van journalistieke vrijheid van meningsuiting valt.

De Hoge Raad heeft in het cassatieberoep niet direct geoordeeld over de legaliteit van de sublicenties zelf, maar erkende dat het aannemelijk is dat Cyberluck als masterlicentiehouder niet effectief toezicht kon houden op alle sublicentiehouders. Dit ondersteunt het argument dat het gebruik van de term ‘illegaal’ in deze context verdedigbaar is.

Exploitatie

Wie de uitgegeven gokvergunningen analyseert, ziet dat de vergunninggever met artikel 3 lid 1 van de Landverordening op Buitengaatse Hazardspelen – de thans geldende gokwet -, bedoeld heeft dat de vergunninghouder ook de exploitant is van de online casino of sportbetting website en niet een derde partij die geen vergunning van de overheid heeft.

Verschillende artikelen in de vergunning van een van de vijf vergunninghouders, Cyberluck bijvoorbeeld, gaan over hardware die de vergunninghouder moet testen en waarvoor hij back-up apparatuur moet aanschaffen. Hij moet zelfs een servicecontract afsluiten voor de hardware en moet bijhouden welke apparatuur hij gebruikt. 

Ook uit andere artikelen in deze vergunning blijkt dat de vergunning niet gaat over het uitbesteden van de exploitatie, zoals de vijf master licentiehouders nu doen, maar over het daadwerkelijk exploiteren van online goksites.

Een en ander moet ook nog in de juridische context van het vergunningverlening worden bekeken. Een vergunning is een positief instrument: het geeft toestemming iets te doen. Dat is in tegenstelling tot een wetsbepaling die meestal een verbod inhoudt iets te doen. Het is aan de vergunninghouder datgene te doen waarvoor de vergunning toestemming geeft. 

In de eerste vergunningen die werden uitgegeven wordt de vergunninghouders toestemming gegeven om online gokspelen (buitengaatse hazardspelen destijds genoemd) aan te bieden. De vergunninghouder is niet bevoegd dit door anderen te laten doen, daarvan maakt de vergunning dan ook geen melding.

Zou dat wel met de vergunning zijn beoogd, dan zou er vanuit de wetstechnische invalshoek hebben moeten staan: ‘dan wel doen aanbieden van’. En dat zou dan ook op de wet terug te herleiden moeten zijn, hetgeen niet het geval is. 

De systematiek die de huidige vijf licentiehouders zelf hebben bedacht is in zijn aard ook een onmogelijke, omdat de overheid haar span-of-control verliest door zelf geen vergunningen meer hoeven uit te geven. Zoals ook de rechter nu als aanwijzing ziet.

Deel dit artikel