Nieuws Curaçao

De Curaçaose ochtendkranten van 7 februari 2024

Extra: Amerikaanse sancties maken uitzondering voor Curaçao

Foto – Bea Moedt

“Amerika heeft nieuwe sancties geïmplementeerd tegen het staatsgoudbedrijf van Venezuela. Bovendien heeft Amerika aangekondigd dat in de maand april zij de opschorting van sancties op de olie- en gasindustrie niet zullen verlengen als er tegen die tijd geen verbetering is in de Venezolaanse democratie. De impact van deze beslissingen moet duidelijk worden in de komende maanden,” aldus Tessa van Staden, woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland, aan Extra. 

Bol AlgemeenBol Algemeen

Verder zegt zij: “Amerika beschrijft heel specifiek waar de sancties over gaan. De individuele uitzonderingen voor het Caribische deel van het Koninkrijk blijven van kracht.”

Zoals bekend hebben Curaçao en Venezuela vorig jaar een overeenkomst bereikt in een langdurig geschil tussen RdK en PdVSA. De overeenkomst was mogelijk door de specifieke uitzondering in de sancties die Amerika heeft geïmplementeerd voor de olie- en gassector van Venezuela. Premier Gilmar ‘Pik’ Pisas heeft onlangs gezegd dat de herinstallatie van Amerikaanse sancties het akkoord tussen RdK en PdVSA niet zal beïnvloeden.

De uitleg van de woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Nederland volgt dezelfde lijn.

Zoals bekend heeft de Amerikaanse regering vorige week besloten de sancties die zij tegen Venezuela had opgelegd, te reactiveren. De Amerikaanse regering heeft sterke kritiek geuit op de recente acties van president Nicolas Maduro tegen politieke tegenstanders in het land. 

Pre-zomer 2024Pre-zomer 2024

Tot de recente acties behoren de detentie van oppositieleden, de uitsluiting van kandidaten voor de presidentsverkiezingen dit jaar, en dit alles in strijd met de afspraken die de regering van Maduro zelf in oktober vorig jaar heeft ondertekend, volgens het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken.

In oktober 2023 besloot Amerika de sancties tegen Venezuela te verlichten als een ondersteuning voor de overeenkomst. Er kwam een versoepeling voor de olie- en gassector voor een periode van zes maanden, tot medio april. Maar nu heeft het ministerie aangekondigd dat deze versoepeling niet zal worden verlengd als er geen verbetering is in de Venezolaanse democratie.

Vanuit de Venezolaanse regering worden deze Amerikaanse maatregelen omschreven als “afpersing”.

Antilliaans Dagblad: Tuchtcollege ongegrond

Het Medisch Tuchtcollege heeft klachten over de dood van een ernstig zieke vrouw in maart 2021 in het Curaçao Medical Center (CMC) ongegrond verklaard. Dit volgt na een dispuut tussen het CMC en de Inspecteur-Generaal voor de Volksgezondheid over de vraag hoe de vrouw is overleden. Na grondig onderzoek blijkt dat er geen fouten zijn gemaakt door het medisch personeel. Dit besluit werpt een nieuw licht op de zaak, die veel aandacht kreeg door publieke steun van de gezondheidsminister aan de inspecteur-generaal.

In maart 2021 overleed een ernstig zieke vrouw onder verdachte omstandigheden in het CMC, wat leidde tot een officieel tegenonderzoek door de Inspectie voor de Volksgezondheid. De zoon van de vrouw, die haar in haar laatste momenten bijstond, uitte ernstige beschuldigingen tegen het behandelend medisch personeel. Hij beweerde dat zijn moeder was overleden door toxische stoffen in de doorspoelingsvloeistof van haar infuus, een beschuldiging die door de Inspectie nader werd onderzocht.

Het Tuchtcollege oordeelde echter dat deze beschuldigingen ongegrond zijn. “Grondig onderzoek heeft aangetoond dat de naald van het infuus enkel met een fysiologische zoutoplossing is doorgespoten, een standaardprocedure in medische behandelingen,” licht het rapport toe. Bovendien toonde verder onderzoek aan dat de vrouw waarschijnlijk overleed aan een combinatie van ernstige bestaande gezondheidsproblemen, waaronder mogelijk een verergering van een hartprobleem, en niet als direct gevolg van de medische handelingen van het CMC-personeel.

Deze uitspraak van het Tuchtcollege is belangrijk, omdat het duidelijk maakt dat de medische zorgverleners correct hebben gehandeld onder de gegeven omstandigheden. “Het is altijd tragisch wanneer een patiënt overlijdt, maar het is cruciaal om te erkennen dat niet elke doodsoorzaak direct toe te wijzen is aan het falen van medische zorg,” verklaart een woordvoerder van het CMC.

Deze zaak heeft ook geleid tot publieke debatten en reacties, aangewakkerd door berichten van de gezondheidsminister op sociale media, die de CMC openlijk bekritiseerde. Dit rapport en de uitspraak van het Tuchtcollege herstellen echter het vertrouwen in de medische procedures van het CMC en benadrukken het belang van een zorgvuldige beoordeling van medische klachten door onafhankelijke juridische instanties.

Antilliaans Dagblad: Ministers mogen vuurwapen dragen

Als onderdeel van zijn reactie aan deze krant, nadat hij onder vuur kwam te liggen na het weigeren om mee te werken aan een voor iedereen geldende veiligheidscontrole c.q. fouilleeractie, sprak MEO-minister Ruisandro Cijntje (PNP) onder meer de woorden: “Ik loop altijd met een pistool. Ik laat niemand zijn hand op mijn wapen leggen.” 

Bij menigeen deed die uitspraak de vraag rijzen in hoeverre het is toegestaan om als minister – of überhaupt als niet-politieagent – een (vuur)wapen te dragen. Het Antilliaans Dagblad legde deze vraag voor aan politiechef Jules Ilario, die direct verwees naar de inhoud van het sinds 1 februari 1978 van kracht zijnde ‘Landsbesluit houdende algemene maatregelen ter uitvoering van artikel 2 ten 1 van de Wapenverordening 1931’. Hierin staat een opsomming van personen voor wie het verbod om ‘op de openbare weg of op enige voor het publiek toegankelijke plaats een wapen bij zich te hebben’ niet geldt. Onder meer ministers vallen onder deze vrijstelling. Niet alleen de huidige ministers, maar ook oud-ministers die dit ambt tot vier jaar geleden vervulden.

Andere personen die van de Wapenverordening zijn vrijgesteld, en die in beginsel dus een wapen bij zich zouden mogen dragen, zijn onder meer de gouverneur, verschillende functionarissen binnen het Hof van Justitie en het Openbaar Ministerie (OM) en verschillende functionarissen binnen de douane en binnen de strafgevangenis en het huis van bewaring. Ilario licht desgevraagd toe dat niet iedereen die in dit Landsbesluit wordt genoemd, zonder meer bewapend mag zijn. Afhankelijk van wie het betreft en om wat voor soort wapen het gaat, kan er sprake zijn van een verplichte toetsing en/of training. Op de vraag welke ministers er aan deze criteria voldoen, en dus net als Cijntje een vuurwapen op zak mogen hebben, kan Ilario geen uitspraak doen.

Of het bezit en eventueel gebruik van een vuurwapen door ministers, behalve wettelijk toegestaan, ook een wenselijke situatie is, is een andere vraag. Verschillende Statenleden werden door deze krant om hun mening gevraagd en over het algemeen lijkt men het verrassend niet met elkaar eens te zijn. Geen van de gevraagde personen – Quincy Girigorie (PAR), Giselle Mc William (MAN), Gibi Doran (MFK) en Gwendell Mercelina (PNP) – laat weten tegenstander te zijn van het wapenbezit door ministers. Dat men geen tegenstander is van de huidige wetgeving omtrent dit thema, betekent niet dat de oud-ministers uit dit gezelschap zelf ook een wapen hebben gedragen. Girigorie, oud-minister van Justitie, zegt: “Ik heb als minister ervoor gekozen om het niet te doen. Het geeft een vals gevoel van bescherming. Als er geen specifieke dreigingen zijn, zie ik niet in waarom een gezagsdrager een wapen moet dragen. Maar Cijntje is (voormalig, red.) politieagent en ervaart het anders. Ik heb daar begrip voor.” Ook voormalig MEO-minister Mc William zegt destijds geen behoefte gehad te hebben aan het dragen van een wapen. Mercelina trekt het iets breder en plaatst zijn standpunt ook in een historische context: “Het is belangrijk om te erkennen dat veiligheidsmaatregelen niet altijd volledige bescherming kunnen bieden tegen alle mogelijke bedreigingen. Ik ben de politiek ingestapt na de moord op Helmin Wiels, die als Statenlid een heel grote impact heeft gehad. Qua veiligheid van zeker Statenleden (die alleen maar dichter bij het volk liggen als volksvertegenwoordiger) heeft ons dit bewust gemaakt van de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen, zelfs wanneer er veiligheidsmaatregelen worden genomen. Het tragische incident gaf een signaal dat er altijd risico’s bestaan, zelfs in de politieke arena waar veiligheidsmaatregelen worden genomen.”

Extra: St. Martinus University krijgt accreditatie voor 5 jaar

Onlangs heeft St. Martinus University, de medische faculteit op Curaçao, een accreditatie gekregen van de Agency for Accreditation of Educational Programs and Organizations (AAEPO) voor 5 jaar. De universiteit hield een presentatie over hun instelling voor de minister van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport (ESKD), de heer Sithree van Heydoorn.

Het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur & Sport en het Ministerie van Volksgezondheid, Milieu en Natuur hebben het traject ondersteund. 

De algemene inspecteur van Volksgezondheid, de heer Sirving Keli, heeft het gehele accreditatieproces van St. Martinus University begeleid. 

Het Ministerie van ESKD heeft een managementmedewerker, mevrouw Feiijdi Narvaez-Ayubi, aangewezen als onafhankelijke waarnemer. Haar taak was om ondersteuning te bieden en te verifiëren dat alles volgens de gestelde regels verliep. Ook zaten zij in de raad om vragen te beantwoorden die betrekking hebben op hoger onderwijs.

Kwaliteit

Een accreditatie voor een universiteit betekent een formele erkenning dat de instelling of een specifiek programma voldoet aan bepaalde vooraf vastgestelde kwaliteitsnormen. Deze erkenning wordt verleend door een externe accreditatieorganisatie of -instelling, die gespecialiseerd is in het evalueren van de kwaliteit van het onderwijs en de dienstverlening binnen hoger onderwijsinstellingen.

Accreditatie heeft verschillende belangrijke betekenissen en voordelen voor universiteiten, waaronder:

Kwaliteitsgarantie: Accreditatie geeft studenten, ouders, en werkgevers het vertrouwen dat de opleiding voldoet aan hoge kwaliteitsstandaarden en dat studenten de kennis en vaardigheden verwerven die nodig zijn voor hun professionele en persoonlijke ontwikkeling.

Toegang tot financiering: In veel landen is accreditatie een voorwaarde voor universiteiten om in aanmerking te komen voor overheidsfinanciering, subsidies, en studiebeurzen voor studenten.

Internationale erkenning: Een geaccrediteerde universiteit of opleiding wordt vaak internationaal erkend, wat belangrijk is voor studenten die in het buitenland willen studeren, werken of onderzoek willen doen.

Continue verbetering: Het accreditatieproces moedigt universiteiten aan om hun curricula, faciliteiten, en diensten voortdurend te evalueren en te verbeteren om aan de accreditatienormen te blijven voldoen.

Concurrentievoordeel: Een accreditatie kan een universiteit een concurrentievoordeel geven door zich te onderscheiden van andere instellingen, wat aantrekkelijk is voor potentiële studenten en academisch personeel.

Mogelijkheden voor samenwerking: Geaccrediteerde universiteiten worden vaak als betrouwbare partners gezien voor academische samenwerking, onderzoeksprojecten, en uitwisselingsprogramma’s met andere instellingen.

Kortom, accreditatie is een essentieel kenmerk van kwaliteitsborging in het hoger onderwijs en speelt een cruciale rol in het waarborgen van de kwaliteit en de reputatie van universiteiten en hun opleidingen op zowel nationaal als internationaal niveau.

Deel dit artikel