Nieuws Curaçao

CBCS houdt beleningsrente gelijk 

WILLEMSTAD – Centrale Bank van Curaçao en Sint-Maarten heeft besloten om de huidige strakheid van het monetaire beleid te bevriezen door de beleningsrente onveranderd te houden. Dit besluit komt overeen met de recente beslissing van de Amerikaanse Federal Reserve om de Fed funds rate ongewijzigd te laten.

De beleningsrente is het bedrag aan rente dat gewone banken moeten betalen als ze geld lenen van de Centrale Bank. Dat wordt nu dus duurder.

Hoewel de reserves en de hoeveelheid import die een land kan betalen met zijn reserves zijn toegenomen in de eerste helft van dit jaar, denkt men dat deze in 2023 weer zullen dalen. Daarom houdt de Centrale Bank de economie van Curaçao en Sint-Maarten goed in de gaten.

De laatste voorspellingen geven aan dat het tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans kleiner worden. Het tekort geeft aan dat de landen nog steeds meer geld uitgeven aan dingen die ze van andere landen kopen, dan dat ze verdienen met dingen die ze aan andere landen verkopen, maar dat het tekort wel afneemt. 

Export

De neerwaartse bijstelling wordt veroorzaakt door een sterkere verwachte stijging van de netto-export van goederen en diensten. De toename van de netto-export wordt grotendeels gedreven door een verwachte groei in binnenkomende dollars en euro’s uit toeristische activiteiten op beide eilanden.

Tot eind mei 2023 zijn de bruto officiële reserves met ruim 240 miljoen gulden gestegen ten opzichte van eind 2022. Dit komt deels door geld dat van het Sint-Maarten Recovery, Reconstruction and Resilience Trust Fund bij de Wereldbank is gekomen. Dat is een speciaal potje bij de Wereldbank, om Sint-Maarten te helpen herstellen na orkaan Irma in 2017.

Kopen

Ondertussen is de importdekking volgens de laatste schattingen gestegen van 4,7 maanden eind 2022 naar 5,1 maanden eind mei 2023. Er kan nu dus iets langer doorgegaan worden met het kopen van spullen van andere landen, dan eind vorig jaar.

Maar de Centrale Bank denkt wel dat deze tijd een beetje zal afnemen in de tweede helft van het jaar. Dan ligt de grens op 4,5 maand, nog steeds ruim boven de minimale grens van drie maanden.

Deel dit artikel