Curaçao

Ennia is vooral een herkenbaar governance probleem

Ennia is vooral een herkenbaar governance probleem

Ennia gaat procederen tegen haar eigen baas, Hushan Ansary. De Iraans-Amerikaanse miljardair zou de verzekeringsmaatschappij hebben leeggezogen. Door het handelen en nalaten van Ansary en andere functionarissen is Ennia in grote financiële problemen geraakt. In 2016, tien jaar nadat Ansary Ennia overnam – en vrijwel gelijk begonnen zou zijn met graaien – greep die Centrale Bank van Curaçao en Sint-Maarten pas in en stelde Ennia onder curatele.

Opinie | Dick Drayer

Bol AlgemeenBol Algemeen

In de bodemprocedure die de verzekeraar nu entameert en die volgende week begint bij het Gerecht in Eerste Aanleg, eist de maatschappij 700 miljoen gulden schadeloosstelling. Maar de exacte omvang van de door Ansary en zijn mensen berokkende schade is volgens het huidige Ennia management en de Centrale Bank, niet volledig vast te stellen, mede door de (bewust) gebrekkige vastlegging van besluiten en van de rechten en plichten van Ennia in de jaren van Ansary.

Rechtstaat

Het is hier niet de plaats om het lijvige document van ruim 200 pagina’s – opgesteld door de advocaten van Ennia/Centrale Bank – in zijn geheel te bespreken. Het stuk is hier te downloaden en zelf te lezen.

Wat ik eruit wil lichten is het feit dat zorgvuldig opgebouwde checks en balances, de corporate governance, niets waard blijken te zijn als de wettelijk aangewezen handhavers in die governance hun taak ernstig verwaarlozen. Trouwens ook in de 200 pagina’s die ik heb doorgenomen, wordt niet elke actor vermeld.

Het fenomeen – niet handhaven op checks en balances – heb ik de afgelopen tien jaar op Curaçao meermalen gezien. Governance issues in politiek en bestuur, waar ministers naar eigen goeddunken en niet gehinderd door hun ambtenaren en juristen – tegen comptabiliteitswetgeving in – geld over de balk smijten: wie daarover meer wil weten moet de onderzoeken van de Algemene Rekenkamer er maar eens op naslaan. Die begrijpt ook meteen waarom Nederland in de coronacrisis een eigen entiteit wil en niet weer een zak met geld gaat sturen, tien jaar na dato.

Ik heb er al uitvoerig over gepubliceerd, over het grote graaien. En nu dus ook in het bedrijfsleven en weer met geld van anderen. Wat wij op Curaçao niet lijken te beseffen is dat deze issues het hart van onze rechtstaat en onze autonomie raken.

Tegenspraak

Het management van Ennia voor de curatelestelling kon blijkbaar geen tegenwicht bieden aan de besluiten van Ansary, zo valt op te maken uit het verzoekschrift van de advocaten van het huidige Ennia -onder gezag van de Centrale Bank. Ook de raad van commissarissen van Ennia Caribe Holding – die Ansary zelf voorzat – volgde zonder tegenspraak zijn koers. Dat Ansary geen kritiek duldde en hij ‘loyaliteit’ aan zijn beleid van doorslaggevend belang achtte, blijkt onder meer uit de door toenmalig Ennia-directeur Gijsbert van Doorn opgestelde notulen van een overleg van 18 januari 2011 tussen Ansary en het bestuur van Ennia:

,,In de eerste twee uren van de meeting deelde de heer Ansary bij het gerecht in Eerste Aanleg met ons zijn visie over het aansturingmodel. In zijn optiek is de directie van Ennia middle management in zijn onderneming. Hij was dan ook zeer verbolgen over het feit dat de directie besluiten had genomen. Het was ontoelaatbaar dat het management besluiten neemt. Het management werd geacht uit te voeren, cashflow-prognoses te maken e.d. Daarnaast heeft de heer Ansary een inkijkje gegeven in de waarden die hij van belang vindt in zijn onderneming. Het gaat de heer Ansary om loyaliteit, vertrouwen en competentie. Waarbij loyaliteit en vertrouwen veruit het belangrijkste zijn. Want, zo voegde hij daaraan toe, competentie kan worden vervangen. Desnoods plaatste hij degene onder ons op onze stoel, betaalde die vijf maal zo veel en dan was dat probleem opgelost.

Op kritische opmerkingen tegen het gevoerde beleggingsbeleid van Ansary kwam steevast, en kort gezegd, de ferme boodschap terug dat hij het binnen Ennia voor het zeggen had en tegenspraak niet werd geduld.

Ansary was aldus binnen Ennia de centrale figuur die volledige controle wenste uit te oefenen over het beleid van Ennia. Hij was betrokken bij kleine dagelijkse beslissingen, maar dreef ook de allocatie van de investeringen van Ennia. Het management van de verschillende entiteiten binnen Ennia zag hij slechts als de uitvoerders van zijn (investerings)strategie.

Ansary’s sleutelpositie blijkt duidelijk uit de vele formele (conflicterende) functies die hij voor Ennia vervulde, maar ook uit de wijze waarop het dagelijkse besluitvormingsproces binnen Ennia verliep.

Aangezien Ansary volledige controle wenste over de dagelijkse gang van zaken binnen Ennia, beheerste hij ook beslissingen op operationeel niveau, zoals hierboven al gemeld. Zo oefende Ansary invloed uit op het al dan niet verrichten van uitkeringen op claims onder schadeverzekeringen en op de hoogte van verzekeringspremies op Sint Maarten. Ansary wenste hierbij geen eigen inbreng van het management van de Ennia entiteiten, de stakeholders van Ennia of externe experts (zoals accountants).

A-typisch, een voorbeeld

Op 8 juli 2010 uit Herman Couperus, de interne actuaris van de Verzekeraars, die zich vanuit zijn functie richt op het waarborgen dat de Verzekeraars in de toekomst aan haar verplichtingen jegens polishouders zullen kunnen voldoen, in een e-mail aan het bestuur van Ennia zijn zorgen over de gang van zaken bij de levensverzekeringstak van Ennia (ECL). Hij wijst onder meer op de rol die de bestuurders van de Investment Group binnen Ennia spelen en uit kritiek op hun beleidsbeslissingen. Couperus eist dat er zal worden geïnvesteerd in beleggingen die gangbaar zijn voor levensverzekeraars, daar dat al enige tijd niet meer gebeurt.

Couperus zegt dat de structuur van aansturing van Ennia Leven diffuus is. Eén bestuurder is niet eens directielid en heeft net als een twee bestuurder geen ervaring in het (levens)verzekeringsbedrijf. “En zij hebben reeds aantoonbaar beleidsmaatregelen genomen die bijzonder a-typisch zijn voor een (levens)verzekeraar.”

De zorg die Couperus beschrijft wordt gedeeld door de bestuurders van de Verzekeraars en er wordt besloten om maatregelen te nemen, middels een bestuursbeluit. Kort na de formele vastlegging daarvan, worden de bestuurders van Ennia ontboden bij Ansary. Tijdens het overleg op 18 januari 2011 in New York, waarin Ansary een urenlange tirade afsteekt, maakt Ansary duidelijk dat hij zélf de beleggingsbeslissingen van Ennia neemt en dat het bestuur van Ennia daarin geen enkele rol speelt.

Waar aan de waarschuwing van Couperus in eerste instantie gevolg leek te worden gegeven, veranderde na de grove interventie van Ansary uiteindelijk niets.

De Paus – een voorbeeld

Op 11 november 2016 stuurt Robert de Paus, die net als lid van de raad van commissarissen van de Ennia Holding is aangetreden, een e-mail aan Ansary waarin hij een inkijk geeft in de gang van zaken bij Ennia en alle problemen die op dat moment spelen.

“It is not a pleasure or an honor to be part of this all. It is a daily headache and it is very damaging for my reputation. (…). We are having whistleblowers, major issues with all the supervising Central Banks, rulings by the Central Banks, major issues with the external auditor, very unhappy local management that is spending a lot of time fighting all these issues instead of being busy doing business and making money. It is a disgrace and of course there is absolutely no one else but ourselves to blame for this very embarrassing situation.”

In een overleg tussen de Centrale Bank, Gilbert Martina (bestuurder van Ennia) en De Paus van 16 november 2016 geeft De Paus aan dat hij erg is geschrokken van de stand van zaken bij Ennia, “vooral van de stand van zaken bij de beleggingen van Ennia. Er hebben vreemde beleggingen plaatsgevonden, Ansary laat mensen dingen doen die ze niet willen.” Hij vraagt zich af hoe dit mogelijk is en hij vraagt zich af waarom Ansary niet is tegengehouden door het bestuur en de Raad van Commissarissen.”

Slechts enkele dagen na de e-mail aan Ansary en het gesprek met de Centrale Bank wordt het De Paus duidelijk dat de situatie bij Ennia niet zal verbeteren en dient hij zijn ontslag in.

Ook Gilbert Martina, die al vanaf 2003 betrokken is bij Ennia en KPMG als controlerend accountant hebben meerdere malen hun zorgen over de gang van zaken bij Ennia geuit. Maar telkens volgt er geen reactie.

Te klein?

De 200 pagina’s zijn een aaneenrijging van corporate governance issues. Corporate Governance is de kunst om de organisatie te sturen en te controleren door de behoeften van de verschillende stakeholders in evenwicht te brengen. Dit houdt vaak in dat belangenconflicten tussen de verschillende belanghebbenden moeten worden opgelost en dat ervoor moet worden gezorgd dat de organisatie goed wordt beheerd, wat inhoudt dat de processen, procedures en het beleid worden geïmplementeerd volgens de principes van transparantie en verantwoording.

Telkens wanneer men spreekt over corporate governance, moet in gedachten worden gehouden dat de organisaties plichten en verantwoordelijkheden hebben jegens hun aandeelhouders en belanghebbenden en dat ze daarom moeten worden bestuurd in overeenstemming met de wet en rekening houdend met de belangen van de belanghebbenden en aandeelhouders.

In 2016, tien jaar nadat het graaien begon, greep de Centrale Bank pas in. Dat is rijkelijk laat. Maar niet alleen de toezichthouder valt dit te verwijten, ook de Raad van Commissarissen, de juridische adviseurs en accountants hebben tien jaar liggen slapen, de andere kant op gekeken of in het slechts geval: meegedaan.

Veel van deze mensen worden niet genoemd in de 200 pagina’s van Ennia’s advocaten. En dat is verontrustend. Die leden van de Raad van Commissarissen, juridische adviseurs en accountants zijn immers nog steeds actief en in business op Curaçao. Ze worden door het nieuwe Ennia en de Centrale Bank niet aangesproken op hun twijfelachtige rol, die er voor zorgde dat Ansary volledig vrij spel kreeg.

Of is ons eiland gewoon te klein?

—————

Gebruikte bron:

Lees ook:


Deel dit artikel