Nieuws Curaçao

Hoge Raad: geen beroep Jamaloodin op onschuldpresumptie door eerdere berechting Burney Fonseca

WILLEMSTAD – De veroordeling van ex-minister van financiën van Curaçao, George Jamaloodin blijft staan. Dat oordeelde de Hoge Raad vandaag, die daarmee het advies van advocaat-generaal Paridaens volgt.

Die betoogde eerder dat er geen sprake kan zijn van schending van de onschuldpresumptie omdat Jamaloodin al genoemd was als opdrachtgever in het proces tegen Burney Fonseca.

In maart vorig jaar werd de ex-minister in hoger beroep veroordeeld tot 30 jaar celstraf met aftrek van voorarrest. Bewezen werd geacht dat hij opdracht had gegeven voor de moord op Helmin Wiels, de vroegere leider en oprichter van Pueblo Soberano. Volgens het Hof was Jamaloodin schuldig aan het uitlokken van moord en ging het om een bestelde moord. 

Jamaloodin vroeg de cassatierechter speciaal te kijken naar de in zijn ogen tegenstrijdige bewijsvoering van het Openbaar Ministerie. Ook zou het onderzoek getuigen van een tunnelvisie en heeft het Hof geen acht geslagen op de onderbouwde standpunten van zijn verdediging naar onder meer het motief. Bovendien mankeerde er van alles aan de betrouwbaarheid van de vijf getuigen die leidde naar de veroordeling van Jamaloodin.

Onschuldpresumptie

De Hoge Raad gaat specifiek in op het tweede cassatiemiddel dat klaagt over de onschuldpresumptie die geschonden zou zijn als gevolg van het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie in de strafzaak tegen de mededader Burney Fonseca en de bij dat vonnis uitgebrachte begeleidende persbericht.

In dat vonnis laat het Hof zich ook uit over de rol van Jamaloodin als opdrachtgever van de moord ten opzichte van de opdrachtnemer, Burney Fonseca, wiens veroordeling definitief is geworden na cassatie.

De Hoge Raad erkent de moeilijkheid die dit oplevert ten aanzien van die onschuldpresumptie, indien in het vonnis tot uitdrukking wordt gebracht dat hij schuldig is voordat deze schuld in rechte is komen vast te staan.

Maar het Europese Hof accepteert daarbij dat in complexe strafrechtelijke procedures tegen meer verdachten die niet simultaan kunnen worden berecht, het in de sleutel van de vaststelling van de mate van betrokkenheid van de verdachte die terechtstaat noodzakelijk kan zijn te verwijzen naar de rol van derden die mogelijk op een later moment worden berecht.

De rechters zullen in zo’n geval niet méér overwegingen moeten aanvoeren dan noodzakelijk is voor de vaststelling van schuld van de verdachte die terechtstaat, in dit geval Burney Fonseca. Ook in de persberichten over het vonnis.

Het Hof was volgens de Hoge Raad verplicht onderzoek te verrichten naar de andere schakels, waarvan door het openbaar ministerie werd vermoed dat Burney Fonseca die door zijn handelen aan elkaar heeft verbonden. Het is louter dat perspectief waarin het Hof zijn vaststellingen heeft gedaan, niet meer
en niet minder, aldus de Hoge Raad. Evenzo in het persbericht.

De verdediging had bovendien aangevoerd dat het Openbaar Ministerie ervoor gekozen heeft om Fonseca en Jamaloodin niet gelijktijdig te berechten en zo de kwestie van de onschuldpresumptie zelf veroorzaakt had.

De Hoge Raad stelt vast dat die overweging in het kader van bovenstaande niet meer van belang is, maar wil wel vermelden dat Jamaloodin zelf om hem moverende redenen ervoor heeft gekozen de wijk naar het Venezuela te nemen en zich nu niet kan beroepen op de door hem gewenste simultane berechting met Fonseca.

Deel dit artikel