Nieuws Curaçao

Jan Huurman blijft zich bemoeien met Curaçao

Jan Huurman, voormalig Inspecteur Gezondheidszorg en public health arts, blijft zich intensief bemoeien met Curaçao, zelfs jaren na zijn professionele betrokkenheid bij het eiland. Zijn aanhoudende interesse en inzet voor Curaçao roepen vragen op over de drijfveren achter zijn betrokkenheid. Huurman schreef daarover een essay. In zijn eigen woorden maakt de arts duidelijk dat het gaat om een complexe, maar diepgaande verbinding met het eiland, die verder gaat dan louter professionele plicht.

Zijn eerste kennismaking met Curaçao in 2011 was een keerpunt. Huurman beschrijft hoe hij, oorspronkelijk onbekend met het eiland, werd geraakt door de diversiteit, energie, en diepe tegenstellingen die hij er aantrof: “Na een week was ik verkocht.” Deze initiële ervaring legde de basis voor een blijvende verbintenis met het eiland. “Toen een jaar later de vraag langskwam om een paar maanden op Curaçao te gaan werken als Inspecteur Gezondheidszorg, aarzelde ik geen seconde. Nieuwsgierigheid, maar waarschijnlijk ook zucht naar avontuur dreven me.”

Tijdens zijn werkperiodes op Curaçao, opgedeeld in twee bedrijven, 2012-2013 en 2017-2019 heeft Huurman significant bijgedragen aan de volksgezondheid. “Al of niet terecht meen ik zo nu en dan een steentje te hebben verlegd, impact te hebben gehad. In de eerste periode de kwaliteit van operatiekamers verbeterd en corruptie rond maagverkleining onthuld, later de kwaliteitsslag gemaakt rond diabetes-1 (suikerziekte) bij kinderen en het weerleggen van onterechte beschuldigingen tegen chirurg M. 

Als Inspecteur-generaal was Huurman in de tweede periode ook verantwoordelijk voor de milieu-inspectie, en dat bracht hem meermalen op het Isla-terrein. Van nabij zag hij de staat van onderhoud. “Na de brand van februari 2018 kreeg ik inzage in het interne rapport over die calamiteit. Schokkend, verbijsterend.” 

In die tweede periode kon hij ook een klein zetje geven aan het realiseren van een legale kliniek voor cosmetische chirurgie. “Hopelijk is daarmee het lijden van vooral vrouwen door illegale en incompetente praktijken van ingevlogen Zuid-Amerikaanse snijcowboys sterk verminderd.”

Zijn inzet en realisaties weerspiegelen een diepe betrokkenheid bij het welzijn van het eiland: “Zelden […] heb ik mijn expertise als breed opgeleide Public Health arts zo productief kunnen maken als in die jaren.”

Maar Huurman’s bemoeienis met Curaçao gaat verder dan professionele prestaties. Na zijn terugkeer naar Nederland bleef hij actief de ontwikkelingen op het eiland volgen en erover publiceren, vooral in tijden van maatschappelijke debatten en crises. Zijn motivatie wordt gedreven door een gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid en betrokkenheid binnen het Koninkrijk der Nederlanden: “We zijn niet alleen gedeeld wereldburger, maar ook gedeeld onderdaan van dezelfde natiestaat.”

Huurman benadrukt dat zijn recht en plicht om zich te mengen in de aangelegenheden van Curaçao voortkomen uit deze gedeelde identiteit, maar ook uit een persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover de samenleving. 

Hij wijst op de financiële en staatrechtelijke banden tussen Nederland en Curaçao als fundament voor zijn betrokkenheid: “No taxation without representation, zo luidde het motto van de Founding Fathers van de Verenigde Staten van Amerika. Ofwel, ik betaal mee aan het functioneren van de Curaçaose samenleving, en dus mag ik daarover meepraten.”

Huurman trekt nog een andere vergelijking. De koninkrijksband uit zich in de grote stroom van illustere personen vanuit Curaçao richting Europees Nederland. “Sportmensen, politici en opiniemakers. Van Churandy Martina, via John Leerdam tot Sheila Sitalsing, om daarvan niet de minsten te noemen. Ze kwamen sportief uit voor Nederland, ze waren volksvertegenwoordiger en ze vormden de publieke opinie. Geen van hen was terughoudend in het bemoeien met Europees Nederland, Leerdam en Sitalsing acteerden en acteren prominent op het podium van politiek en media. De laatste zo prominent dat ze recent een eredoctoraat aan de Nederlandse Universiteit voor Humanistiek kreeg uitgereikt. Een terechte waardering voor haar spitse analyses en commentaren.”

De les hieruit is volgens Huurman: “wat kinderen van Curaçao in Nederland (terecht) doen, mag een kind van Europees Nederland ook op Curaçao doen.”

Voor Huurman is de kern van zijn engagement het aan de kaak stellen van onrecht en ongelijkheid. Zijn persoonlijke drijfveer weerspiegelt een diepgewortelde sociaaldemocratische overtuiging: “Signaleren en bestrijden van onrecht en ongelijkheid. Ik ben niet voor niets sociaaldemocraat sinds het Kabinet-Den Uyl.” Deze overtuiging vormt de basis van zijn voortdurende betrokkenheid bij Curaçao, ondanks de uitdagingen en kritiek die hij soms ondervindt.

Huurman’s relatie met Curaçao is complex en veelzijdig. Het is een relatie die gekenmerkt wordt door zowel liefde als frustratie, maar bovenal door een onwankelbare toewijding aan het welzijn van het eiland. 

“Mijn motivatie om me te blijven bemoeien met Curaçao is het aan de kaak stellen van dat wat kennelijk mogelijk is binnen ons Koninkrijk. Wat me extra motiveert, is het wrange gegeven, althans naar mijn beoordeling dat de huidige staatsrechtelijke constructie de politieke en economische elite de gelegenheid geeft ‘landje te spelen’ over de ruggen van het armere deel van de bevolking. Wie profiteerde van de Isla-miljoenen, toen die nog draaide en toen er een geldverslindende zoektocht naar een nieuwe exploitant werd opgezet? Wie roomde de miljoenen af van de debacles van Girobank en Ennia? En wie zagen en zien hun winsten maximaliseren door het vasthouden aan merkgeneesmiddelen in plaats van generiek (merkloos)?” 

Dat laatste kost de Curaçaose samenleving volgens Huurman nog steeds tientallen miljoenen guldens per jaar. “Deze opsomming is moeiteloos uit te breiden. Het Koninkrijk faciliteert, de rijke bovenlaag van Curaçao profiteert. Een burger van het Koninkrijk heeft dan de plicht te ageren en te acteren.”

Huurman zal zich, naar eigen zeggen, altijd blijven bemoeien met Dushi Korsou. Dit verhaal benadrukt de kern van zijn boodschap: ‘de onlosmakelijke band en gedeelde verantwoordelijkheid die we allemaal dragen voor de gemeenschappen waarmee we verbonden zijn, ongeacht de afstand.’

Lees hier de hele tekst van het essay die Huurman schreef.

Deel dit artikel