Nieuws Curaçao

Ministers Curaçao krijgen er op jaarbasis bijna 22.000 gulden bij

Kabinet Rhuggenaath net na beëdiging bij de Gouverneur in 2017. Inmiddels maken zowel Suzy Römer als Marilyn Alcalá-Wallé geen deel meer uit van deze ploeg.

Ministers op Curaçao gaan er door de corona-crisis 21.733 gulden per jaar op vooruit. Ondanks de Nederlandse voorwaarde voor coronasteun om te bezuinigen op hun arbeidsvoorwaardenpakket.

Staatssecretaris Raymond Knops sprak er zijn ongenoegen over uit in een interview met de Curaçaose ochtendkrant Èxtra, maar of het gevolgen heeft voor de verdere steunplannen van het Nederlandse kabinet is niet duidelijk.

Pre-zomer 2024Pre-zomer 2024

Truc

Het ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening, verantwoordelijk voor de financiële administratie van salarissen liet zich van zijn creatiefste kant zien door in een gekunsteld en juridisch zwak betoog de goegemeente te overtuigen dat de salarissen eerst omhoog moesten om de Nederlandse korting toe te kunnen passen. Nota bene met een verwijzing van premier Rhuggenaath dat dat moest van Nederland. Onzin natuurlijk en Knops beaamde dat in hetzelfde interview.

De truc die sectordirecteur Marla Bernadina bedacht lijkt billijk en rechtvaardig, maar is het allerminst. Juristen en actuarissen schieten er gaten in. Ministerssalarissen moeten bij Landsverordening geregeld worden. Dat staat in de Staatsregeling. Daar waren opeenvolgende regeringen voor hun moverende redenen nog steeds niet aan toe gekomen.

Om toch een basis te hanteren is mevrouw Bernadina uitgegaan van een ministeriële beschikking uit 2006 die uitmondt in een besluit van de Ministerraad. Nogmaals: dat mag niet. Een besluit als deze moet verankerd zijn in de wet.

Beton

Voor het gemak giet zij de uitgangspunten van die beschikking in beton. Er valt niet aan te ontkomen is haar betoog: afspraak is dat ministerssalarissen gebaseerd zijn op de hoogste ambtelijke salarisschaal. Die was in 2006 schaal 17, maar een aantal jaar geleden is er een hogere salarisschaal bijgekomen, schaal 18. Onzin wederom: de afspraak is vastgelegd in een Ministeriële Beschikking en niet in een Landsverordening. Er komt geen beton aan te pas in deze afspraak. De noodzaak voor correctie is helemaal niet aanwezig.

Bernadina beroept zich op een ontwerplands-verordening regelende de rechtspositie van politieke gezagdragers, waarin een verwijzing wordt gemaakt naar die hoogste ambtelijke schaal, maar dat is zoals gezegd een ontwerp en heeft derhalve geen enkele wetskracht. De vraag is waarom dit ontwerp niet naar de Raad van Advies en daarna – eventueel aangepast – naar het parlement wordt gestuurd, zoals de Staatsregeling vereist.

Discriminatie

Volgens Bernadina zou het niet toepassen van schaal 18 discriminerend zijn voor ministers. Onzin natuurlijk. Bij discriminatie moet het gaan om gelijke gevallen die ongelijk behandeld worden. Bernadina schrijft zelf dat ministers geen ambtenaren zijn (hetgeen klopt). Dus waar zit dan de discriminatie?

Na alle commotie over deze truc stelt de regering in een persverklaring dat de 25 procents-eis van Nederland wordt toegepast op het brutosalaris in schaal 17, waarna de ministers terechtkomen in schaal 18 en vervolgens het teveel aan loon – zo’n 12,5 procent – weer wordt ingeleverd.

Pre-zomer 2024Pre-zomer 2024

Niemand die mij kan vertellen waarom dat allemaal nodig is. Immers, schaal 18 is géén vereiste omdat er geen wettelijke basis voor is. De Landsverordening bestaat niet, en in het ontwerp dat wel zou bestaan, kun je sleutelen wat je wilt.

Pensioen en wachtgeld

Wat niemand schijnt te beseffen is dat er netto onder de streep keurig wordt afgerekend met Nederland, maar dat de ministers zich op een heel onverwachte manier toch rijker mogen rekenen.

Op basis van het oude brutoloon van 16.383 gulden per maand zijn de pensioenkosten namelijk 87.097 gulden per jaar. Deze kosten zijn al vele malen hoger dan normaal voor hogere functies. Gebruikelijk is een pensioenpremie van circa vijftien procent, ofwel 29,489 gulden per jaar.

Maar de pensioenkosten van ministers zijn veel hoger omdat ministers sneller een volledig pensioen mogen opbouwen (in 23 jaar in plaats van in 40 jaar), en dit pensioen ook vijf jaar eerder dan normaal begint: op 60 jaar in plaats van 65 jaar. De pensioenkosten zijn dus al bijna drie keer zo hoog als normaal.

Het brutoloon is als gevolg van de schaalcorrectie nu verhoogd naar 18.204 gulden. Het pensioen is gekoppeld aan het bruto loon, de correctie onder aan de streep doet daar niets aan af. Daarmee zijn de pensioenkosten gestegen naar 97.527 gulden per jaar.

De kosten voor wachtgeld kunnen oplopen tot 100.003 gulden per jaar. Ook al hoger dan normaal. Uitgaande van vier jaar ministerschap en geen ander inkomen tijdens de wachtgeldperiode. Door de schaalverhoging stijgen de maximale kosten van wachtgeld naar 111.306 gulden per jaar per minister.

De schaalverhoging zorgt dus voor een verhoging van de waarde van het arbeidsvoorwaardenpakket van 21.733 gulden per jaar per minister. 

Repareren

Deze bevoordeling zou gerepareerd kunnen worden door een aanpassing van de Landsverordening Pensioenregeling Gezagsdragers. Ook daarvan zou een concept klaarliggen. Maar net als met het ontwerp regelende de rechtspositie van politieke gezagdragers is dat vooral een theoretische connotatie. De regering maakt geen enkele aanstalten om haast te maken met het juridisch correct regelen van het eigen arbeidsvoorwaardenpakket en zet daarmee het parlement buitenspel.

Brongebruik:


Deel dit artikel